Sommige motoren koop je omdat ze sneller zijn, comfortabeler of moderner. En sommige motoren koop je omdat ze iets met je doen. Voor Bas en Steven is de Yamaha XT500 zo'n motor. Al meer dan dertig jaar trekken de twee vrienden ieder jaar samen de natuur in, op zoek naar onverharde kleine weggetjes en nieuwe avonturen. De bestemming verandert, de motor eigenlijk niet.
Die jaarlijkse motorreis begon begin jaren negentig. Bas en Steven leerden elkaar kennen als collega’s bij Heidemij Advies, het huidige Arcadis. Ze werkten regelmatig samen buiten en ontdekten al snel dat ze dezelfde passie deelden. Niet voor glimmende toermotoren of luxe hotels, maar voor eenvoudige ééncilinders, onverharde wegen en kamperen in de natuur.
“Een tentje, een vuurtje, een barbecue, een blikje bier en een goed glas whisky om de dag af te sluiten. Meer hadden we eigenlijk niet nodig,” vertelt Bas.
Hun eerste gezamenlijke reis ging naar Zweden. Het bleek het begin van een traditie die inmiddels al meer dan drie decennia standhoudt. Jaar na jaar trekken de twee eropuit om nieuwe routes te ontdekken, het liefst over de kleinste weggetjes en onverharde wegen die ze op de kaart kunnen vinden. Soms eindigt zo’n route bij een idyllisch meertje, soms midden op een militair oefenterrein. Dat laatste gebeurde in Wales, waar een vriendelijke militair hen duidelijk maakte dat ze beter een andere kant op konden rijden. Pas toen ze stilstonden, hoorden ze in de verte de explosies van een oefening.

De eerste echte motor
Voor beide vrienden was de Yamaha XT500 de eerste echte motor. Een machine die veel meer bleek te zijn dan alleen een vervoermiddel. De eenvoudige luchtgekoelde eencilinder leerde hen wat motorrijden eigenlijk is: kijken, voelen, anticiperen en af en toe stevig op de kickstarter gaan staan.
In de jaren die volgden kwamen er allerlei andere motoren. Yamaha TT600’s, Honda XL’s, Suzuki DR’s en meerdere Cagiva Elefants passeerden de revue. Toch bleef de XT altijd ergens op de achtergrond aanwezig.
“Dat gevoel bleef gewoon kriebelen,” zegt Bas. “Hoeveel andere motoren je ook rijdt, uiteindelijk wil je toch weer terug naar die simpele alleskunner.”
Steven verkocht de zijne zelfs nooit. Zijn XT uit 1978, compleet met matching numbers, staat nog altijd in de schuur. Eerst als tweede motor, inmiddels als enige.
Volgens hem is de XT precies wat een motor moet zijn: eenvoudig, betrouwbaar en eerlijk. “Zolang je geen 100 pk verwacht, kom je er bijna overal mee. En ja, dat starten… veel mensen zien daar tegenop. Maar als je eenmaal weet hoe het moet, is het eigenlijk heel logisch.”
Dat geldt tenminste zolang de killswitch niet per ongeluk op ‘off’ staat. Dat overkwam Bas ooit tijdens een reis. Na eindeloos trappen, zweten, jas uit, helm af en lichte wanhoop bleek de oorzaak pijnlijk simpel. Het leverde vooral veel gelach op.
Kamperen met 45 kilo bagage
In de beginjaren werd werkelijk alles meegenomen. Tent, slaapzakken, kookspullen, gereedschap, reserveonderdelen en kleding verdwenen in aluminium koffers die Bas zelf bouwde. Bij een controle bleek hij ooit maar liefst 45 kilo bagage aan zijn XT te hebben hangen.
Steven maakte het zijn vriend bovendien niet makkelijk. Omdat hij regelmatig van motor wisselde, moest er telkens weer een nieuw bagagerek worden gelast om dezelfde koffers passend te maken.
Waar vroeger iedere avond de tent werd opgezet, kiezen ze tegenwoordig voor een blokhut of vakantiehuisje als uitvalsbasis. Niet omdat het avontuur verdwenen is, maar omdat comfort na dertig jaar ook best een beetje mag.
Verhalen die blijven
Na tientallen reizen zijn het niet alleen de landschappen die zijn blijven hangen, maar vooral de kleine momenten. Schuilen in een oude telefooncel tijdens een wolkbreuk in Denemarken. Doorwaadbare plaatsen in Wales en Frankrijk. Bijna onbegaanbare bospaden in Zweden, Duitsland en Tsjechië. Of de keer dat een bandenreparatiespuitbus zichzelf leegspoot in een van de aluminium koffers, omdat de knop bij het dichtdoen precies werd ingedrukt.
En natuurlijk die ene Zweedse camping, waar Steven twee jonge vrouwen hielp zoeken naar iets dat kwijt was. Op zijn vraag wat er eigenlijk gezocht werd, kreeg hij als antwoord: “My bikini top.”
Dat soort herinneringen maakt dat iedere reis weer onderdeel wordt van een veel groter verhaal.
Perfectly imperfect
Waar ze ook stoppen, bijna altijd ontstaat er een gesprek. Mensen herkennen de XT500 onmiddellijk.
“Die had mijn vader vroeger.”
“Dat was mijn eerste motor.”
“Mooi ding… maar die krijg je zeker nooit gestart?”
De Yamaha XT500 is uitgegroeid tot een icoon. Niet omdat hij de snelste of de beste was, maar omdat hij een gevoel oproept dat veel motorrijders herkennen. Iemand omschreef de XT ooit als ‘perfectly imperfect’. Beter kunnen Bas en Steven het eigenlijk niet zeggen.
Hun laatste reis, dit keer door Duitsland, verliep opnieuw probleemloos. De XT’s deden precies wat ze al tientallen jaren doen: starten, lopen en overal komen.
Of zoals Bas het mooi samenvat: “De XT is nu geen winnaar meer, maar het blijft altijd de eerste.”



Ik heb er ook een gehad in 1980 prima motor geen poespas functioneel mooie eencilinder roffel geen snelweg motor maar perfekt voor smalle kronkelwegen en offroad paden.
Als je het starten onder de knie hebt is het simpel een schop en lopen.
Heb hem helaas niet zolang gehad hij is niet geschikt voor twee personen met kampeeruitrusting op de snelweg.
Wees maar zuinig op zo’n maat! De meesten veranderen op een gegeven moment in brave oppas opa’s. Die moeten zelfs voor een zondag middag ritje van een uurtje nog toestemming vragen thuis….🤷♂️