Vanaf de hoger gelegen wegen kijk je uit over Calpe, de Middellandse Zee en de markante Peñón de Ifach.
Wie aan motorrijden in Spanje denkt, komt al snel uit bij Andalusië of de Pyreneeën. De Costa Blanca wordt eerder geassocieerd met stranden, appartementen en winterzon. Toch ligt direct achter de kust een verrassend ruig motorlandschap vol stille bergwegen, diepe valleien en heel veel bochten. Wij verkenden de regio op bijzondere custom Harleys van Just Bike Travel.
Onze uitvalsbasis ligt bij Jávea, maar de routes voeren door een veel groter deel van de Costa Blanca. We rijden door de streken Marina Alta en Marina Baixa, van de kust rond Dénia en Jávea tot de bergwegen bij Jalón, Tàrbena, Guadalest en Altea.
De Middellandse Zee glinstert in de verte terwijl de weg zich steeds verder omhoog slingert. Links rijzen rotswanden op, rechts kijken we uit over valleien vol olijfbomen, amandelbomen en witte dorpen. Het geluid van de Harleys weerkaatst tussen de bergen.
Zodra je de drukte van de kust achter je laat, verandert het landschap snel. Boulevards maken plaats voor smalle bergwegen, dennenbossen en stille dorpen. Buiten de grotere kustplaatsen is het verkeer vaak minimaal.
Bergen direct achter de kust
De Costa Blanca ligt in de provincie Alicante, binnen de autonome regio Valencia. Voor deze motorreis rijden we vooral door Marina Alta en Marina Baixa.
Marina Alta omvat onder meer Jávea, Dénia, Jalón, Parcent en Vall de Gallinera. Iets zuidelijker ligt Marina Baixa, met plaatsen als Altea, Guadalest en Callosa d’en Sarrià.
Deze streken bestaan uit bergketens, valleien en secundaire wegen waarop bijna iedere rechte lijn wordt gevolgd door een nieuwe bocht. Het zijn niet altijd snelle wegen. Sommige routes zijn smal, technisch en plaatselijk wat hobbelig. Juist daardoor is dit een gebied om ontspannen te rijden en onderweg volop van het landschap te genieten.
De Montgó: de slapende olifant
Een bekend herkenningspunt in het noorden van de Costa Blanca is de Montgó, het markante bergmassief tussen Jávea en Dénia.
Vanwege zijn opvallende silhouet wordt de berg ook wel de slapende olifant genoemd. Vanuit Jávea lijkt de vorm van het massief op een liggende olifant.
Voor een route langs de Montgó rijd je richting Cap de Sant Antoni en Dénia. Via kleinere wegen door het binnenland en Jesús Pobre kun je vervolgens terugrijden richting Jávea.

Cap de Sant Antoni: tussen de Montgó en de Middellandse Zee
Aan de noordkant van Jávea ligt Cap de Sant Antoni, een hoge kaap aan de voet van de Montgó. De weg ernaartoe is niet lang, maar wel bijzonder: aan de ene kant domineert het massief van de ‘slapende olifant’, terwijl aan de andere kant de Middellandse Zee steeds verder in beeld komt.
Bij de kaap staat de vuurtoren van Cap de Sant Antoni. Vanaf de omgeving kijk je uit over de kustlijn, de haven en de baai van Jávea. Vooral aan het einde van de dag, wanneer het licht zachter wordt en de Montgó als donker silhouet boven het landschap uitsteekt, is dit een prachtige plek voor een korte stop met de motor.
Cap de Sant Antoni is goed te combineren met een route rond de Montgó en Dénia. Verwacht hier geen lange bergpas, maar wel een mooie afwisseling van kust, hoogteverschillen en weidse uitzichten.
Coll de Rates
De bekendste bergpas in dit deel van de Costa Blanca is de Coll de Rates, tussen Parcent en Tàrbena. De klim bestaat uit overzichtelijke bochten en haarspelden, met steeds mooiere uitzichten over de Jalónvallei.
De pas is goed te combineren met een route via Jalón, Parcent, Tàrbena en Callosa d’en Sarrià. Onderweg kun je wielrenners, los grind en tegenliggers in onoverzichtelijke bochten tegenkomen.
De Coll de Rates is misschien geen hoge Alpenpas, maar de combinatie van mediterrane landschappen, hoogteverschillen en bochten maakt hem absoluut de moeite waard.
Guadalest
Een van de mooiste bestemmingen voor een motorrit is El Castell de Guadalest. Het historische dorp ligt hoog tegen de rotsen en kijkt uit over een opvallend blauwgroen stuwmeer.
De wegen ernaartoe zijn minstens zo mooi als het dorp zelf. Je rijdt door een ruig berglandschap vol bochten, rotsformaties en diepe valleien.
Guadalest kan overdag druk zijn. Wie de grootste toeristenstromen wil vermijden, kan het dorp het beste vroeg in de ochtend of later op de middag bezoeken.
Vall de Gallinera en Vall d’Ebo
Ten noordwesten van de kust liggen de valleien Vall de Gallinera en Vall d’Ebo. Hier wordt het merkbaar rustiger. Kleine dorpen liggen verscholen tussen de bergen en de wegen volgen het natuurlijke verloop van het landschap.
Vall de Gallinera staat bekend om zijn kersenbomen en is in het voorjaar extra mooi door de bloesem. De route richting Vall d’Ebo biedt scherpe bochten, hoogteverschillen en weidse uitzichten.
Houd er rekening mee dat tankstations en horeca hier schaarser zijn dan aan de kust. Het is daarom verstandig om met een volle tank te vertrekken.

Langs de kust
Ook langs de kust liggen genoeg mooie wegen en uitzichtpunten voor een afwisselende motorrit. Rond Jávea voert de route langs Cap de la Nau, waar je vanaf verschillende miradors uitkijkt over de Middellandse Zee, steile kliffen en verscholen baaien.
Ten noorden van Jávea ligt Cap de Sant Antoni, aan de rand van het natuurgebied rond de Montgó. Vanaf het hooggelegen uitzichtpunt kijk je uit over de kust, de haven van Jávea en de zee. Cap de la Nau ligt juist ten zuidoosten van Jávea en hoort niet bij de Montgó.
Ook de kust tussen Moraira en Benitatxell is de moeite waard. Hier wisselen baaien, rotsachtige kapen en hoge kliffen elkaar af. Vooral rond de Cumbre del Sol en Poble Nou de Benitatxell zijn de uitzichten indrukwekkend, al zijn sommige toegangswegen smal en steil.
Verder naar het zuiden verschijnt bij Calpe de markante Peñón de Ifach, de rots die hoog uit zee oprijst en van grote afstand zichtbaar is. Een van de mooiste panorama’s vind je bij Morro de Toix, op de grens van Marina Alta en Marina Baixa. Aan de noordkant kijk je uit over Calpe, Moraira en de kust richting de Montgó; aan de zuidkant liggen Altea en de baai aan je voeten.
Daarmee kun je een mooie kustroute samenstellen via Dénia, Jávea, Moraira, Calpe en Altea. Houd er wel rekening mee dat de doorgaande kustwegen rond de grotere badplaatsen druk kunnen zijn. De kleinere zijwegen en hooggelegen miradors zijn vaak interessanter, maar vragen soms wat extra aandacht door scherpe bochten, steile stukken en lokaal verkeer.
Populaire baaien zoals Granadella kunnen in juli en augustus erg druk zijn en soms gelden er toegangs- of parkeerbeperkingen. Buiten het hoogseizoen zijn de kustwegen dan ook een stuk prettiger voor motorrijders.

Altea en de Sierra de Bernia
Ten zuiden van Jávea ligt Altea, bekend om de witte huizen en de blauwe kerkkoepels. De rechtstreekse kustweg is niet de interessantste keuze voor motorrijders. Veel leuker is het om Altea via het binnenland te benaderen.
Via Jalón, Parcent, Tàrbena of Guadalest rijd je tussen citrusbomen, wijngaarden en amandelboomgaarden. Onderweg kijk je uit op de Sierra de Bernia en andere bergketens van Marina Baixa.
Altea is een mooie bestemming voor een lunchstop of een wandeling door het oude centrum.
Uitzicht over Calpe en de Peñón de Ifach
Een van de mooiste uitzichten tijdens onze rit is dat over Calpe. Vanaf de hoger gelegen wegen kijken we uit over de kustplaats, de Middellandse Zee en de opvallende Peñón de Ifach.
Deze enorme kalksteenrots rijst 332 meter boven zee uit en is door een smalle landengte met Calpe verbonden. Door zijn herkenbare vorm geldt hij als een van de symbolen van de Costa Blanca.
Vanaf de bergwegen lijkt Calpe ver beneden ons te liggen. De hoogbouw aan de kust steekt af tegen de zee, terwijl de Peñón de Ifach overal bovenuit torent. Het is zo’n plek waar je de motor graag even aan de kant zet. Niet alleen voor het uitzicht, maar ook voor een foto met de motoren en de rots op de achtergrond.
De wegen rond Calpe zijn goed te combineren met een route richting Altea, de Sierra de Bernia en het binnenland. Juist de overgang van de bergwegen naar het weidse uitzicht over de kust laat zien hoeveel afwisseling de Costa Blanca motorrijders biedt.

Op custom Harleys door de regio
Wij verkenden de Costa Blanca met Just Bike Travel, op verschillende bijzondere custom Harleys. Op papier lijken laag gebouwde choppers, bobbers en baggers misschien niet de meest logische keuze voor smalle bergwegen, maar in de praktijk stuurden de motoren verrassend goed.
Naast de custom Harleys zijn bij Just Bike Travel ook verschillende Triumphs beschikbaar. Daarmee is er eveneens een optie voor motorrijders die een custom Harley minder zien zitten.
Just Bike Travel organiseert en begeleidt reizen die zoveel mogelijk op maat worden samengesteld. Daarbij wordt gekeken naar je rijervaring, het gewenste tempo, het aantal rijdagen, de routes en het type motor waarop je wilt rijden. Dat kan een complete motorreis zijn, maar ook een paar begeleide rijdagen wanneer je al aan de Costa Blanca verblijft.
Wenjan rijdt voorop en kent de routes, terwijl Erwin achteraan blijft om de groep bij elkaar te houden. Daardoor hoef je onderweg niet voortdurend op je navigatie te kijken of te twijfelen bij onduidelijke kruisingen. Je kunt je volledig richten op de motor, de weg en de omgeving.
Lees ook: Just Bike Travel: op custom Harleys door de bergen en langs de kust van Spanje
Waarom de Costa Blanca op je bucketlist hoort
Motorrijders kiezen in Spanje vaak voor Andalusië of de Pyreneeën. De Costa Blanca wordt nog vooral gezien als zon-, zee- en strandbestemming. Daardoor rijden veel motorrijders aan dit gebied voorbij.
Onterecht, want de regio heeft vrijwel alles wat je voor een goede motorreis nodig hebt: bergen direct achter de kust, rustige binnenwegen, een aangenaam klimaat en voldoende variatie voor meerdere dagroutes.
De afstanden zijn bovendien overzichtelijk. Een route van 180 tot 250 kilometer kan hier al een volledige rijdag opleveren, omdat de wegen bochtig, technisch en afwisselend zijn.
Je kunt ’s ochtends langs de Middellandse Zee rijden, een uur later door een vrijwel verlaten bergvallei slingeren en de dag afsluiten met tapas aan de kust.

Praktische tips
De beste reistijd is het voorjaar of het najaar. Vooral april, mei, juni, september en oktober zijn geschikt. In juli en augustus kan het erg warm en druk worden.
In de bergen kan het duidelijk koeler zijn dan aan de kust. Neem daarom ook op warme dagen een extra laag mee en een flesje water is geen overbodige luxe.
Houd onderweg rekening met wielrenners en onverwacht scherpe bochten. Het wegdek was uitzonderlijk goed! Tank op tijd en richt je niet alleen op de grote doorgaande wegen. Juist de kleinere routes maken de Costa Blanca bijzonder.
De mooiste stops
- Coll de Rates
- Guadalest
- Vall de Gallinera
- Vall d’Ebo
- Tàrbena
- Jalón
- Cap de la Nau
- Cap de Sant Antoni
- Montgó
- Altea
- Dénia
Een verrassend compleet motorparadijs
Na een paar dagen rijden is het moeilijk te begrijpen waarom de Costa Blanca nog relatief onbekend is onder Nederlandse motorrijders.
De regio heeft misschien niet de hoogste passen van de Pyreneeën of de bekendheid van Andalusië, maar juist de combinatie van bergen, kust, klimaat en rustige wegen maakt het gebied bijzonder compleet.
De Costa Blanca is veel meer dan zon, zee en strand. Voor motorrijders is het een verrassend bochtenparadijs dat absoluut een plek op de bucketlist verdient.
- Goed wegdek
- Voor alle type motoren vermakelijk
- Voor alle niveaus
- Prachtige Natuur
- Veel uitzichtpunten
- Tapas
- Warm in de zomer





