Ben je nieuwsgierig naar de gereden routes? Evert heeft ze hier voor je verzameld.
Ierland begint niet in Ierland. Ierland begint op de boot. In Europoort, om precies te zijn, waar de Pride of Hull ligt te wachten op motorrijders, vrachtwagens, gezinnen, schoolklassen en mensen die zin hebben om even helemaal weg te zijn. Drie weken avontuur liggen voor me. Eerst Engeland door, dan de oversteek naar Noord-Ierland en daarna: de Wild Atlantic Way. Van noord naar zuid, langs kliffen, veerboten, haarspeldbochten, turfrook en uitzichten waar je u tegen zegt.
Overtocht naar Engeland
Deze keer kies ik niet voor IJmuiden–Newcastle, maar voor Europoort–Hull. Een stuk goedkoper en bovendien bekend terrein van de Kawazuki-reis naar Wales vorig jaar. Zelfs de barman aan boord herkent mijn T-shirt nog. Dat zijn van die kleine momenten die reizen bijzonder maken.
De nieuwe A24 levert meteen winst op: vijftien minuten tijdwinst voor € 1,51 tol, over strak nieuw asfalt. Vanaf de boot kijk ik nog uit over de Maasvlakte, waar wind, industrie en energietransitie samenkomen in een typisch Nederlands landschap van beton, staal en techniek.
Aan boord probeert een schoolklas Franse jongeren de rust te verstoren, maar een biertje en wat livemuziek van The Jaxx helpen uitstekend. Michael Jackson, ABBA en Stevie Wonder klinken over het dek terwijl de Noordzee onder ons doorschuift richting Engeland.
Engeland: van files naar vrijheid
Om zes uur lokale tijd worden we gewekt. Hull ontvangt ons met file en regen, maar al snel verandert alles. Zodra de stad achter me ligt, begint het genieten.
Een vers broodje bij een klein tentje onderweg blijkt onverwacht goed. Daarna volgt York en vervolgens de Yorkshire Dales: glooiende wegen, groene heuvels en heerlijk stuurwerk. Het landschap vloeit haast ongemerkt over in de North Pennines en Teesdale. Kilometers lang heb ik het gevoel dat ik hier gerust een week zou kunnen blijven rijden.
Maar Schotland wacht al. Via een minder inspirerend stuk snelweg kom ik uiteindelijk in Galloway Forest Park terecht. De temperatuur daalt, de wind trekt aan, maar het landschap maakt alles goed. Uiteindelijk haal ik ruim op tijd de boot naar Noord-Ierland.
In de haven liggen onderdelen van windturbines klaar. Op zee waarschuwt de kapitein dat het stevig waait en dat we beter kunnen blijven zitten. Dat blijkt geen overbodig advies.
Noord-Ierland: ruige kust en toeristenmassa’s
De volgende ochtend voelt typisch Iers: regen die soms over je heen waait in plaats van op je valt. Maar net zo snel breekt de zon weer door.
De Causeway Coastal Road is prachtig, maar ook druk. De beroemde touwbrug is gesloten en voor de Giant’s Causeway staan bussen vol toeristen. Dat soort plekken laat ik meestal snel achter me. Liever stop ik voor een goede flat white en een stuk lemon drizzle cake.
Vanaf daar wordt het landschap steeds mooier. Kleine weggetjes slingeren langs witte stranden, groene baaien en monumenten voor zeelieden. Restanten uit de Tweede Wereldoorlog duiken overal op. Ierland was officieel neutraal, maar de geschiedenis ligt hier overal zichtbaar in het landschap.

De Wild Atlantic Way begint echt
Vanaf het noorden van Ierland begint het echte werk. Smalle wegen met gras in het midden, steile klimmetjes, haarspeldbochten en voortdurend uitzicht op zee.
Bij Tullagh Bay zie ik hoe wild de Atlantische Oceaan werkelijk is. Binnen enkele minuten zit mijn motor onder het zeezout. Daarna volgt Mamore Gap: van brede weg ineens naar een enkelbaans kronkelpad waar 25 km/u al hard voelt. Schotland, Noorwegen en Zwitserland lijken hier samen te komen.
Fort Dunree laat zien hoeveel militaire geschiedenis hier nog zichtbaar is. Overal staan bunkers, wachttorens en verdedigingswerken uit verschillende oorlogen. Maar minstens zo leuk zijn de onverwachte ontmoetingen onderweg: een studente sustainability in een koffietentje, een B&B-eigenaar die begint over thuisbatterijen en een gesprek over het verschil tussen een coffee shop en een coffeeshop in Nederland.
Donegal: wind, turfrook en eindeloze bochten
Vanaf het noorden van Ierland begint het echte werk. Smalle wegen met gras in het midden, steile klimmetjes, haarspeldbochten en voortdurend uitzicht op zee.
Bij Tullagh Bay zie ik hoe wild de Atlantische Oceaan werkelijk is. Binnen enkele minuten zit mijn motor onder het zeezout. Daarna volgt Mamore Gap: van brede weg ineens naar een enkelbaans kronkelpad waar 25 km/u al hard voelt. Schotland, Noorwegen en Zwitserland lijken hier samen te komen.
Fort Dunree laat zien hoeveel militaire geschiedenis hier nog zichtbaar is. Overal staan bunkers, wachttorens en verdedigingswerken uit verschillende oorlogen. Maar minstens zo leuk zijn de onverwachte ontmoetingen onderweg: een studente sustainability in een koffietentje, een B&B-eigenaar die begint over thuisbatterijen en een gesprek over het verschil tussen een coffee shop en een coffeeshop in Nederland.
Hoe verder ik Donegal in rijd, hoe leger de wegen worden en hoe mooier het landschap lijkt te worden. Fanad Head levert meteen een van de hoogtepunten van de reis op: smalle single tracks met steile hellingen, scherpe bochten en uitzicht op een woeste Atlantische Oceaan. De vuurtoren van Fanad blijkt volledig terecht beroemd.
Daarna volgen Rosguill en Horn Head. Vooral Horn Head maakt indruk: ruige rotsen, steile afgronden, stilte en kronkelweggetjes waar je nauwelijks iemand tegenkomt. Het soort wegen waarvoor je naar Ierland rijdt. Geen haast, geen verkeer, alleen sturen en kijken.
Via kleine weggetjes trek ik verder westwaarts richting Bunbeg, in het hart van de Gaeltacht van Donegal. Hier verandert de sfeer opnieuw. De huizen worden nog kleurrijker, het landschap nog ruiger en overal duiken turfvelden op. Bij Cnoc Fola, Bloody Foreland zie je nog duidelijk hoe zwaar het leven hier vroeger moet zijn geweest. Overal stenen muren die met de hand zijn opgebouwd uit rotsen die uit het land gehaald werden. Turf werd én wordt hier nog altijd gestoken om huizen te verwarmen. Regelmatig hangt de scherpe geur van turfrook in de lucht.
Bunbeg zelf voelt als zo’n typisch afgelegen Iers kustplaatsje waar het leven zich weinig aantrekt van toeristen of haast. Vissersbootjes in de baai, verweerde huizen, kleine supermarkten en overal dat uitzicht op zee. Niet ver buiten het dorp staat de beroemde “R2D2-wegwijzer”, die bekend werd doordat delen van Star Wars in deze streek zijn opgenomen.
De B&B ligt uiteindelijk maar een paar minuten verderop. Opnieuw zo’n heerlijk typisch Iers huis met krakende vloeren, zware gordijnen en een inrichting die ergens tussen Victoriaans en gezellig volgestouwd hangt. Voor eten moet ik toch nog even op pad. Onderaan de heuvel blijkt naast een Spar een Indiaas restaurantje te zitten. Van buiten weinig bijzonder, maar binnen een voltreffer.
Pontjes, eilanden en kliffen
Een van de mooiste dagen begint met de boot naar Arranmore. Haast kennen ze hier niet. De pont vertrekt als iedereen klaar is met praten. Prima. Ik hou van pontjes.
Op Arranmore rijd ik langs schapen, oude verdedigingstorens en turfvelden. Daarna volgen Malin Beg, Silver Strand en uiteindelijk Slieve League: gigantische kliffen waar je met de motor verrassend ver omhoog mag rijden.
Boven probeert een meeuw mijn koek te stelen door me strak aan te kijken, precies zoals onze hond Sandy thuis zou doen.
Belmullet: het einde van de wereld
Na Donegal verandert de sfeer langzaam. De ruige bergen maken plaats voor een leger landschap vol veen, lage heuvels en verlaten huizen. Rond Belmullet voelt Ierland soms alsof het ophoudt. De weg slingert over het Mullet Peninsula langs baaien, stranden en kleine Discovery Points die steeds stiller worden. Sommige uitzichtpunten laat ik zelfs voorbijgaan. Niet omdat ze niet mooi zijn, maar omdat de leegte zelf inmiddels de attractie geworden is.
Onderweg help ik onbedoeld een kudde schapen de goede kant op. De dieren schrikken van de motor en rennen precies de wei in waar de boer ze blijkbaar hebben wil. Eindelijk eens nuttig bezig. Belmullet zelf voelt afgelegen en vriendelijk tegelijk. Veel huizen zijn vervallen, soms groeit er letterlijk een boom uit het dak. Andere huizen zijn juist opvallend modern. Het lijkt alsof oud en nieuw Ierland hier voortdurend naast elkaar bestaan.
De turfrook hangt opnieuw in de lucht. Bij een praatje onderweg vertelt een Ier op een quad dat ze hier nog steeds turf steken en verbranden. “Not good for the environment,” zegt hij schouderophalend. Maar stoppen doen ze voorlopig niet.
Van Mayo naar Connemara
Na de ruige leegte van Donegal verandert het landschap opnieuw. Richting Mayo worden de wegen opener, de heuvels lager en de kust grilliger.
Onderweg stop ik in Ballyshannon bij het standbeeld van Rory Gallagher. Even later praat ik met Amerikanen op gehuurde BMW GS’en. Overal ontstaan spontane gesprekken.
Verder zuidelijk verandert het landschap voortdurend. Achill Island brengt regen, wind en stranden waar mensen in bikini lopen terwijl ik het koud heb in motorkleding. In Connemara rijd ik door valleien vol watervallen en groene heuvels.
Daar, midden in Ierland, besef ik opnieuw waarom motorrijden hier zo bijzonder is: je ruikt alles, voelt alles en bent volledig onderdeel van het landschap.
Verjaardag op Omey Island
Mijn verjaardag vier ik alleen, maar niet eenzaam. Na veel berichtjes en videobellen met Carolien rijd ik naar Omey Island. Daar mag je gewoon over het strand rijden. Op zachte stukken zand na gaat het verrassend goed.
Later bezoek ik de plek waar Marconi zijn experimenten begon en waar de eerste trans-Atlantische vlucht eindigde. Ierland zit vol onverwachte verhalen.
Aan het einde van de dag kom ik aan in Galway. Druk, levendig en toeristisch. Zonder Carolien voelt het toch wat minder compleet.

Samen verder vanaf Killarney
In Killarney stapt Carolien achterop en begint deel twee van de reis.
Samen reizen betekent opnieuw puzzelen met bagage, regenpakken en communicatieapparatuur. Maar zodra we richting Dingle rijden, valt alles vanzelf op zijn plek.
De Connor Pass ligt deels in de wolken maar is schitterend. Dingle blijkt vriendelijker en minder toeristisch dan verwacht. Daarna volgt Slea Head: smalle wegen langs zee, veel bussen en uitzicht waar je stil van wordt.
Ring of Kerry en Ring of Beara
De Ring of Kerry is mooi maar druk. De Ring of Beara vinden we allebei mooier. Minder verkeer, minder touringcars en veel meer rust.
Kleine groene weggetjes slingeren langs meren, rivieren en bergen. Soms lijkt het landschap rechtstreeks uit een ansichtkaart te komen. Bij Dursey Sound zien we een kabelbaan over woest water hangen. Op Sheep’s Head eten we soep terwijl buiten de regen weer begint.
Het weer blijft typisch Iers: regenpakken aantrekken betekent meestal dat het direct droog wordt.
Bantry Bay en Sheep’s Head
Na de drukte rond Kerry voelt West Cork meteen anders: rustiger, leger en nog relaxter om te rijden. Via de Healy Pass trekken we richting Bantry. Geen spectaculaire Alpenpas, maar wel een prachtige weg vol groene hellingen, mistflarden en mooie uitzichten.
In Glengarriff stoppen we bij Sugar Loaf, een klein koffietentje van een motorrijdende eigenaresse die zelf de taarten bakt. Terwijl wij koffie drinken vertelt ze dat de huur enorm verhoogd is en dat ze waarschijnlijk moet verhuizen. Typisch zo’n onverwacht gesprek dat reizen leuk maakt.
Bantry blijkt verrassend levendig. In de baai ligt ineens een enorm cruiseschip, wat vreemd oogt tussen de groene heuvels van West Cork. Maar zodra we Sheep’s Head opdraaien verdwijnt alle drukte weer. De weg wordt smaller, gras groeit in het midden en de bochten volgen elkaar steeds sneller op.
Bij de vuurtoren eten we soep terwijl buiten opnieuw een regenbui overtrekt. Vijf minuten later is het alweer droog. Typisch Ierland.

Mizen Head en het einde van de WAW
Mizen Head vormt letterlijk het zuidwestelijke einde van Ierland. We wandelen over de bruggen boven de zee en lunchen eindelijk eens buiten in de zon.
Vanaf daar rijden we via Schull, Ballydehob en Skibbereen verder langs de zuidkust. In Skibbereen vinden we een vegan café en een verrassend levendig stadje vol creatieve initiatieven.
Daarna volgen Baltimore, Glandore en Clonakilty. In Glandore komen jeugdherinneringen terug: vissen vanaf een bootje, vakanties met mijn ouders en uitzicht over zee.
Laatste dagen: Cork, Waterford en Rosslare
Via Kinsale rijden we naar Cork, waar we een dag toerist spelen tussen markthallen, straatmuzikanten en bijzondere winkels.
Daarna volgen Cobh (de laatste aanlegplaats van de Titanic) Youghal, Waterford en Hook Head. De laatste dagen verlopen rustiger. Minder kilometers, meer kijken.
Bij Hook Lighthouse drinken we koffie in de zon terwijl een oude man graag met mijn motor op de foto wil.
De avond voor vertrek slapen we in een B&B midden tussen de weilanden. We eten simpel: stokbrood, hummus, kaas en salade. Soms is dat precies genoeg.
Geen haast
Ierland is geen land voor haast. Zeker niet op de motor.
Je rijdt hier niet om snel ergens te komen, maar om onderweg te zijn. Voor de smalle wegen, de plotselinge regenbuien, de gesprekken met wildvreemden, de pontjes, de turfrook, de schapen op de weg en de eindeloze uitzichten over zee.
De Wild Atlantic Way is niet zomaar een route. Het is een aaneenschakeling van wind, zee en bochten. En misschien wel een van de mooiste motorreizen die je in Europa kunt maken.











Net terug! Ook van zuid naar noord gereden. In Rosslare gestart vanuit Duinkerken. Niets teveel gezegd. Prachtige route. Geen file rijden. Slechts twee dagen regen. Prachtig land, leuke gastvrije mensen. Vanuit Larne ( Noord Ierland) overgestoken naar Schotland. Nog een dagje touren door het Lake district. Via Newcastle terug naar Ijmuiden. Prachtige rondrit. Aanrader
Voor de mensen die graag mijn video van deze reis willen bekijken: https://youtu.be/KKC3WWhDNS8
Tja, ik moest keuzes maken. Gap of Dunloe viel helaas af. Als je daar gaat rijden, doe dan ook Black Valley! Veel plezier in Schotland. Ik ga dit jaar via de Alpen naar noord Spanje, Galicië.
Wij zijn net op terugweg, we hebben de reis andersom gemaakt en met uitzondering van Noord Ierand.
Ben het helemaal met je eens: fantastische bestemming enne.. Wij hebben in Ierand maar twee dagen regen gehad, wie gelooft dat nu 😏
Fantastische bestemming en mooi beschreven door jou
Dank je! De meesten rijden hem andersom. Een van de redenen waarom ik van noord naar zuid reed. Minder filerijden… Nou rijd je weinig files hoor, de meeste stukken zijn doodstil, maar in sommige plaatsen kan het best druk zijn.
Wij hebben zojuist deze reis met een touringcar gedaan. Ik weet hoe mooi het is. Ik had het graag op de motor gedaan, maar als ik ook met mijn vrouw wil reizen is de motor helaas geen optie.
Wauw, dat moet een fantastische reis zijn geweest. Bepaalde plaatsen ben ik ook geweest maar dan met de auto! Ik wil ook nog heel graag met de motor een keer daarheen. En dan vooral graag de Gap of Dunloe afrijden!
Dit jaar gaan we naar Schotland i
Ik vond je verhaal prachtig!
Groetjes Corina