Vijf ferry’s, vier landen en tien dagen vol bochten, pubs en racegeschiedenis. Een reis van Almelo naar de North West 200, via de Isle of Man en de Yorkshire Dales waar elke kilometer een verhaal vertelt.
Een winterse mail, een zomers plan
Het begon in de winter, met een eenvoudig mailtje uit Ballymoney van TAS Racing:
“Leuk dat jullie er vorig jaar waren in de paddock. Zien we jullie dit jaar weer?”
Eén keer de North West 200 afvinken? Bucketlist-waardig. Twee keer? Dat klonk als een uitdaging.
De reisgenoten van vorig jaar (mijn dochter en haar vriend) hoefden niet lang na te denken. En als je er toch op uit gaat, waarom dan niet een andere route? Zo ontstond een plan dat klonk als een logistieke puzzel: vijf ferry’s, drie rederijen, nul herhalingen, en een route die Almelo verbond met IJmuiden, Newcastle, Isle of Man, Dublin, Belfast, Liverpool, Harwich en weer terug naar Hoek van Holland. Tien dagen, vijf overtochten, en één grote lap avontuur.
Naar het noorden
Het vertrek was vanuit Mariaparochie. De thuisbasis was verlegd, maar de motoren niet. Via binnendoorweggetjes richting Zwolle en Kampen, over de dijk naar Enkhuizen. Geen regen dit keer, maar wel een vizier vol vliegen. Een korte pitstop bij de McDonald’s voor een schoon vizier en een volle maag, en daarna verder over de N-wegen naar het pontje bij Buitenhuizen. Rustig op de weg, kalm water, en na een laatste tankbeurt bij Shell IJmuiden stonden we klaar bij DFDS.
De douanebeambte keek op van zijn papieren: “Veel plezier in Schotland!”
Wij: “Ehm… Zuidwaarts.”
Zijn verbaasde blik vertelde genoeg.
De motoren vooraan, hut bovenin, biertje op het panoramadek in de zon. Om acht uur ’s avonds: stilte voor Dodenherdenking. Een mooi, stil moment, zelfs op een Deense ferry.
Yorkshire Dales calling
De volgende ochtend wachtte de Engelse douane. Helmen af, paspoorten klaar, en weer die vraag: “Schotland?”
“Nee, Engeland uit, binnen zes uur.”
De grensbeambte knikte nauwelijks, maar wij genoten al van de route: de Tyne Bridge, veel leuker dan de tunnel, en natuurlijk de imposante Angel of the North die de horizon domineerde.
De A66 op, richting de Tan Hill Inn, de hoogste pub van het Verenigd Koninkrijk. De klim ernaartoe was smal, bochtig en stil. Alleen wandelaars en schapen deelden de weg. Daarna via Keld en de legendarische Buttertubs Pass slingerend naar beneden. Een fotograaf langs de route, die actiefoto’s van je maakt voor online verkoop, verzekerde ons van een mooie herinnering.
Het Ribblehead Viaduct sloegen we over: te druk, Bank Holiday terwijl de Engelsen massaal de Dales introkken. Maar wij? Wij haakten op tijd aan voor de ferry naar de Isle of Man. Net op tijd.
Isle of Man de TT in de lucht
De MS Manxman voelde als een wasmachine op volle toeren. Broodjes vlogen door de hut, frisdrank schuimde over de tafel, maar dat kon de spanning nauwelijks drukken. Want eenmaal in Douglas maakte alles goed: de motoren volgetankt, een korte stop bij de TT-start/finish en de tribunes die al klaarstonden voor het grote spektakel.
Door naar Port Erin. Te laat voor het diner, maar gelukkig bood de Co-op uitkomst met wat lekkere happen. Een simpele maaltijd, maar wel met een goed gevoel: hier begon het echte Isle of Man-avontuur.
De volgende dag werd een dag vol transportexperimenten. Stoomtrein, paardentram, elektrische tram, we hebben het allemaal geprobeerd. Van Douglas naar Laxey, over de Snaefell Mountain waar mist en regen een mysterieuze sfeer gaven, en met een praatje met Chris, de dorpsgek die iedereen lijkt te kennen.
’s Middags bewonderden we het gigantische Laxey Wheel en keerden daarna met de open tram langs de kust terug. De avond sloten we af in de pub Samuel Webb & Co: een mengeling van lokaal bier, TT-memorabilia en verhalen die je niet snel vergeet.
De berg roept
Een nieuwe dag, motoren gestart en vol zin om het eiland verder te ontdekken. Eerst een wandeling naar Milner’s Tower, foto’s maken bij de Calf of Man, en daarna de Southern 100-route rijden. De kleine, maar niet minder uitdagende broer van de TT.
Langs de beroemde Fairy Bridge, waar we beleefd de elfjes groetten (want je weet maar nooit wat er gebeurt als je dat vergeet). Vervolgens het TT-circuit op bij Braddan Bridge, bochten met mythische namen als Gooseneck, Mountain Mile en Verandah. Dit is heilige grond voor elke motorrijder.
In Jurby stond het Transport Museum op het programma: oldtimers, racelegendes en historische voertuigen, alles verzameld onder één dak. Daarna via Peel, met een korte stop voor een bakje koffie bij het Breakwater Pier Café, terug naar Port Erin. Het uitzicht, de weg, het eiland Mooier wordt het bijna niet

Van Isle naar Éire
Vroeg uit de veren: 06:15 uur ferry naar Dublin. De MS Mannaman, een ex-US Navy-catamaran, scheerde met 80 km/u over de Ierse Zee. Een wereld van verschil met de golvende MS Manxman van gisteren.
Maar eenmaal in Dublin was het alle hens aan dek. Chaos alom: bussen, trams, files en flitsers. Anderhalf uur kruipen door de stad, helm op, zweet in de nek, maar met een glimlach om de uitdaging.
Daarna noordwaarts richting Belfast, langs Slane Bridge en over rustige landweggetjes waar de schapen het tempo bepalen. De grens passeerden we ongemerkt, even tanken, en ja, de geur van verse fish & chips hing in de lucht.
Carrickfergus de thuisbasis in het Noorden
Bij aankomst in Carrickfergus wachtte de Dobbins Inn. Motoren veilig in de Beergarden, pint in de hand, met uitzicht op het imposante kasteel. De perfecte plek om even bij te komen.
De volgende dag een treinrit naar Belfast, een dagje toerist spelen. Straatmuziek, City Hall, St. George’s Market, en natuurlijk de muren die het verhaal van deze stad vertellen. Daarna weer op de motor richting Ballymoney: het heilige land van de Dunlops. Een bezoek aan het Joey Dunlop Memorial, het museum en zijn stamkroeg: petrolhead-cultuur op z’n puurste.
Causeway, Sperrins en straight lines
Nog één keer de Causeway Coastal Route op: Dunluce Castle, Bushmills, Ballintoy — de kustlijn in volle glorie, met elke bocht een nieuw uitzicht dat je even stil deed worden.
Daarna de rust van de Sperrins in, via Barnes Gap, waar de stilte bijna oorverdovend is. Een stel Engelse motorrijders stuiterde vrolijk over de gaten in de B47, maar wij hielden liever onze vering heel en genoten in alle rust van de omgeving.
Nog even de Seven Miles Straight meegepakt: 11 kilometer kaarsrechte weg. Leuk voor het verhaal, maar niet echt voor de bochtenliefhebber.
We hebben de bar van het hotel opgezocht om de NW200 op groot scherm te volgen. De stamgasten keken eerst alsof we gek waren, maar toen de snacks en pinten verschenen, werd het een feest. Davey Todd won, McGuinness pakte na 20 jaar weer een podium. Kippenvel gegarandeerd.

Via Liverpool naar huis
De een-na-laatste overtocht stond op het programma: Belfast naar Liverpool met de Stena Embla. ’s Ochtends vroeg reden we via de Queensway Tunnel de Mersey over en maakten een foto bij het Beatles-beeld op een bijna leeg plein, een onverwacht moment van rust in de vroege ochtend.
Daarna volgde de legendarische Cat & Fiddle Pass: bocht na bocht, adembenemende uitzichten en een welverdiende koffie bij het café op de top. Later nog een ontbijt in Bakewell (ja, die van de pudding) tussen andere bikers die net als wij genoten van de rit.
In Hinckley kon een bezoek aan de Triumph-fabriek en het bijbehorende museum natuurlijk niet ontbreken, verplichte kost voor elke motorrijder met respect voor de geschiedenis.
En toen volgde het laatste rechte stuk naar Harwich, waar de laatste ferry op ons wachtte. Nog een praatje met een paar Engelse rijders, en daarna de nachtboot naar Hoek van Holland. De cirkel is rond, het avontuur compleet.

Epiloog: vijf boten verder
Tien dagen, vijf overtochten, honderden bochten en één grote glimlach. Geen regenstormen, geen pech, alleen wat ferry-stress en een hoofd vol herinneringen.
Van de Buttertubs Pass tot de TT-mountain, van Jurby tot Carrickfergus overal dezelfde taal: de taal van de motor.
“Ride safe, have fun — and never say no to another ferry.”








Wat een geweldige trip. Die zou ik ook willen rijden samen met mijn partner in crime. Zou ik de routebestanden van je kunnen krijgen. Wij wonen in Borne. Dus vlakbij. 😉
Groet Ronald.
Hallo Ronald,
Ik heb helaas geen GPX bestanden beschikbaar, maar kies de bestemmingen in het reisverhaal en laat je navigatiesysteem er een mooie actuele route tussen berekenen.
De Causeway Coastal Route wordt tussen Londonderry en Belfast aangegeven door middel van bruine wegwijzers. Zeker doen : de Torr Head Lighthouse By-Pass. Afgesloten voor alles boven de 3.5 ton, vanwege de single track secties, maar verschrikkelijk mooie uitzichten.
Rij je rondom de IoM TT op het eiland, dan staan alle borden met legendarische bochten er al, zodat je het juiste rempunt en de route kunt bepalen. Daarbij heb je dan geen navigatie systeem nodig. Veilige kilometers gewenst vanuit Twente.
sweet memories. In 2026 voor de 4e keer naar TT op Man. Dit jaar Belfast en Dublin.
Ik heb een paar mooie tips gelijk opgeslagen en laat mijn Beeline daar langs routeren.
Voorpret !
Ik ben nu al om. Ben benieuwd of je mij lunt voorzien van je reisplan en route.
Groet Fred
Hallo Fred,
Als je deze reis wilt maken dan moet je dat in mei gaan doen. De IoM TT en NW200 zijn namelijk aan elkaar gelinkt. Tel van de IoM TT 3 weken af en je hebt de datum van de NW200 (6-9 mei 2026), waarbij de NW200 races op donderdagavond en zaterdag gereden worden, afhankelijk van de weersomstandigheden.Vrijdag kun je de “Triangle” tussen Portrush, Portstewart en Coleraine vrij rijden. Route kun je rijden via de Isle of Man, via de veerboten uit Cairnryan (Schotland) of vanuit LIverpool (Engeland). Bij de laatste optie pak je als bonus nog het fraaie Peak District mee. Succes met de voorbereidingen.