Veertig jaar na zijn eerste overtocht naar Engeland keert Tom Bevers terug: deze keer op de motor. Van de Prins Hendrikkade in Amsterdam tot de ruige kliffen van de Shetlands rijdt hij duizenden kilometers door Schotland, over single tracks, door regen en zon, met zeezout op zijn vizier en een glimlach onder zijn helm. Een reis vol historie, humor en onvergetelijke momenten.
De eerste dag van een meerdaagse motorreis voelt altijd een beetje vreemd. Je kijkt naar het weer, checkt nog één keer je lijstje, en vertrekt met dat onrustige gevoel dat je vast iets bent vergeten. Maar zodra de motor draait en de kilometers beginnen te tellen, verdwijnt dat. Dan is het alleen nog jij, de motor, en de weg.
Dit jaar had mijn rit een bijzonder tintje. Precies veertig jaar geleden stapte ik als jonge leerling het hoofdgebouw van de Kweekschool voor de Zeevaart binnen aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam. Toen liep ik een snuffelstage aan boord van het instructieschip MS Prinses Margriet van het Koninklijk Onderwijsfonds voor de Scheepvaart. Een tocht ruwweg tussen Nederland, Noorwegen en Schotland op de Noordzee in het najaar van 1987 liet twee dingen achter: de zeezieke studenten en de haven van Lerwick, waar de bootsman vertelde dat dit altijd al 50% Nederlands was door het gebruik als basis voor de Noordzeevissersschepen. Nu, vier decennia later, besloot ik terug te keren naar die plek maar deze keer niet met een schooltas, maar met de motor.

Bijna veertig jaar later ging ik opnieuw naar Shetland, dit keer op de motor. Op de heen- en terugreis door Schotland maakte ik een tussenstop op de Orkney-eilanden. Leuk detail van vroeger: het noordelijkste punt van Shetland is het enige punt op de Noordzee en de Atlantische Oceaan waar je met je benen op een verhard stukje grond kunt staan op 60 graden noorderbreedte. vandaar mijn projectnaam van deze tocht. Eind april 2025 was alles geboekt, van overtochten tot slaapplekken. Klaar om op pad te gaan met al mijn “proil”, zoals ze dat op Shetland noemen.
De aftrap: tussen supporters, files en herinneringen
Het is Tweede Paasdag. Terwijl ik over de Veluwe rijd, passeren bussen vol Go Ahead Eagles-supporters onderweg naar Rotterdam. Campers, caravans, dagjesmensen: allemaal op pad. Bij Terschuur gluur ik even naar de file op de A1. Dan ben ik weer blij dat ik op twee wielen zit.
De eerste bestemming is symbolisch: de oude Zeevaartschool in Amsterdam. De poort staat er nog, maar de binnenplaats waar we vroeger voetbalden, is nu volgebouwd met flats. Gelukkig draagt het gebouw een toepasselijke naam: Kaatje, naar het zeilschip dat vroeger op dezelfde binnenplaats stond.
Nostalgie in optima forma. En dan: gas erop, richting IJmuiden. De regen zet in, maar dat deert niet. Want zodra de motor de laadklep van de veerboot naar Newcastle op rijdt, begint het echte avontuur.
Eindelijk weer op Britse bodem
’s Ochtends vroeg het dek op. Helm op, motor starten, en de eerste meters in Engeland zijn een feit. Na drie rotondes ben ik al het veerbootverkeer kwijt. Heerlijk. Ik kies voor een slingerende route richting Kielder Water, over wegen waar het asfalt soms overgaat in gravel en mul zand.
In Kielder Forest is het opletten geblazen: los grind, zand, en houthakkers die kuilen maskeren met houtresten. De BMW stuitert, glijdt, maar houdt koers. Dat gevoel van beheersing, dat pure concentreren op de weg daar doe je het voor.
Lunch bij het oude klooster van Jedburgh, waar het kasteel nog dienstdoet als gevangenis. Dan verder noordwaarts, richting de Kelpies bij Falkirk. Daar merk ik dat Schotland langzaam dichterbij komt: het landschap golft, de lucht wordt ruiger, en de regen tikt gestaag op het vizier.

Crieff, Loch Lomond en de Highlands
In Crieff vind ik op tijd een pub die nog warm eten serveert. De volgende ochtend lonkt de A85 richting Loch Lomond and the Trossachs National Park. Het is fris maar zonnig, perfect motorweer. De weg slingert tussen meren en bergen door, met uitzichtpunten waar doedelzakspelers staan voor toeristenfoto’s. Leuk voor de bussen vol toeristen, maar niet mijn ding.
De Highlands zijn schitterend, maar ook druk. Overal trajectcontroles, campers en waarschuwingsborden voor undercover motoragenten. Op de beroemde Skyfall Road naar Glen Etive herken je de filmsetting, maar de charme is lastig te vinden tussen de geparkeerde campers en huurauto’s die niet weten aan welke kant ze moeten passeren.
Gelukkig zijn er nog momenten die alles goedmaken. Zoals het gesprek met een stel uit Boston, waarvan de man jaloers kijkt naar mijn kanariegele BMW XCountry. “You’re living my dream,” zegt hij. Tja, soms besef je pas onderweg hoe goed je het hebt.
Van Inverness naar John O’Groats: de noordpunt
Omdat ik geen zin had in camperfiles op de North Coast 500, ontwijk ik de drukte. Via de B9176 – een droom van een weg – slinger ik noordwaarts. Hellingen tot 15%, scherpe bochten, en amper verkeer. De enige auto die me inhaalt is een Bentley Bentayga. Tien keer zoveel pk’s, zeven cilinders meer, mag ook wel.
In John O’Groats laat ik me fotograferen bij het beroemde routebord. Een symbolisch moment: het noordelijkste punt van het Britse vasteland. En dan: door naar de volgende overtocht. De veerboot naar Orkney.

Orkney: eilanden vol verhalen
Op Orkney heerst rust. Geen snelwegen, nauwelijks verkeer. Alleen glooiende wegen, schapen, en een oneindige horizon.
Ik rij langs de Churchill Barriers, bezoek de ontroerende Italian Chapel, en dompel me onder in maritieme geschiedenis bij Scapa Flow de plek waar de Duitse Hochseeflotte in 1919 tot zinken werd gebracht.
Op het eiland Hoy bezoek ik oorlogsgraven, verlaten uitkijkposten, en zelfs het graf van de Lady van Hoy. Een triest verhaal, maar de weg ernaartoe is een feest voor avonturiers: smal, zompig asfalt, en uitzicht op de zee.
Later ontdek ik nog Rousay, een eiland van amper 23 kilometer rond. Eén hotel, één pomp, en een paar honderd schapen. Meer heb je niet nodig om gelukkig te zijn.
De Shetlands: rijden op 60 graden noord
De overtocht naar de Shetlands is pittig. De zee wiegt, het schip kraakt, en ik herinner me waarom zeeziekte zo’n beruchte schoolherinnering was. Maar bij het ochtendlicht komt de beloning: ruige kliffen, zeevogels, en verlaten baaien.
De eerste stop: Saint Ninian’s Isle, verbonden met het vasteland door een smalle zandtong met aan beide zijden zee. Geen toeristen. Alleen het geluid van golven en wind.
Verder naar Sumburgh Head, met zijn vuurtoren en Viking-nederzetting Jarlshof. Zelfs de landingsbaan van het vliegveld moet je oversteken met je motor, hoe gaaf is dat?
In de middag ontmoet ik bij toeval Geordie Jacobson, 80 jaar oud en verzamelaar van motorfietsen. Suzuki Burgman, BMW F650GS, AJS, BSA: hij heeft ze allemaal. We praten uren over motoren, olie, reizen en het leven. Als dank krijg ik een handvol souvenirs van zijn museum. Onvergetelijk.

Unst: het noordelijkste stukje Groot-Brittannië
De volgende dag: mist, regen, wind. Maar dit is de koningsetappe. Via Yell naar Unst, het uiterste noorden. Op de ferry waarschuwt de bootsman dat het “bumpy” wordt. Dat klopt. Staand tussen bestelbusjes voel ik de motor dansen op de golven.
Bovenop de heuvel bij Saxavord is niets te zien door de mist, maar verderop bij Hermaness verschijnt ineens de zee weer. Ik bezoek het noordelijkste reddingsstation, de noordelijkste bushalte, en het beeld van de White Wife of Watlee.
Lunchen doe ik in The Haa, het oudste huis en tearoom van Yell. En ja, de terugweg is dezelfde, maar met uitzicht zoals hier maakt dat niets uit.
Daarna naar Lunna gereden. Een plek, die nergens in de folders staat en bekend is geworden door de BBC krimi Shetland en als hoofdkwartier van de Shetland Bus activiteiten in WW2. Veel scenes uit de serie spelen zich af rondom Lunna House : een oud herenhuis bij een kerkje uit de 11e eeuw. En ik moet zeggen: vooral niet doorvertellen, maar dit is wel het mooiste plekje op de Shetlands (zonder toeristen).
De terugweg: Schotse klassiekers en Hollandse kilometers
Na een paar dagen op de Shetlands vaar ik terug naar Aberdeen. De zee is kalm, het schip groot, en de horizon eindeloos. De motor wacht beneden geduldig op dek drie.
Ik besluit de terugweg niet te plannen. De navigatie mag het zeggen. Toch rij ik bewust over de Old Military Road (A93) van Balmoral naar Braemar. Wat een route: bochten, hoogteverschillen, uitzicht, en dat constante gevoel van vrijheid.
Na een laatste stop bij het Falkirk Wheel (waar campers het mooiste uitzicht hebben) en een rit langs de drie bruggen bij Queensferry, kom ik aan in Edinburgh. De motor veilig gestald, de rugbyfans in het stadion aan de overkant: het einde is in zicht.
De laatste rit naar Newcastle is kort, maar mooi. Nog één foto op de grens tussen Schotland en Engeland, nog even wat drinken bij een pub vol motorrijders, en dan het schip op naar huis.

Thuis
De volgende ochtend word ik gewekt door een steward die zich vergist in de hut. Een valse start, maar het past wel bij de laatste dag. Nog één keer die route door Nederland: over de Houtribdijk, langs de kibbeling bij Lelystad, door Kampen en Zwolle.
De motor is smerig, het vizier vol muggen, maar het hoofd vol herinneringen. En als een Jaguar F-Type met brullende V8 me vlak voor Almelo inhaalt, rijd ik er grijnzend achteraan. Hij hoort mijn ploffende eencilinder vast niet maar ik hoor zijn glimlach bijna. Stiekem toch wel even een binnenpretje gehad en een deja-vu momentje met de Bentley in Schotland.
Thuis. Bagage uitladen. Helm af en de motor weer toonbaar maken.
De reis is voorbij. Maar in je hoofd rij je nog verder.
Resumé
Wat een reis. Dertien dagen, 3.011 kilometer en zeventien veerboten later kijk ik terug op een avontuur dat voelt als een rit door mijn eigen herinneringen. Van de Prins Hendrikkade tot de Shetlands, van drukke stadswegen tot stille single tracks — het was letterlijk back to memory lane.
Elke overtocht had z’n eigen charme. Soms werd de motor stevig vastgesjord met spanbanden, soms bungelde hij losjes met een touwtje aan de reling. En elke keer dacht ik: het komt wel goed. Dat is misschien wel de essentie van reizen op de motor — vertrouwen hebben in het moment.
Er waren momenten die zich voorgoed in mijn geheugen hebben gegrift. Zoals dat kleine gele bordje bij 60 graden noorderbreedte, dat in alle eenvoud meer betekenis had dan welk monument ook. Of de rit naar het uiterste noordpunt van de Shetlands, waar de wind en de zee samenkomen en de horizon eindeloos lijkt. En die ene overtocht tussen Gutcher en Belmont: een ware rollercoaster, met schuimende golven en een motor die meer dan eens zijn evenwicht moest herwinnen.
Het meest indrukwekkende was echter het bezoek aan Hoy en Longhope. In het Lifeboat Museum, tussen oude reddingsvletten en vergeelde foto’s, las ik het verhaal van de reddingsboot RGB die in 1969 verging, samen met haar bemanning. Een stille herinnering aan hoe kort het leven kan zijn en hoe waardevol elke dag op de motor is.
Een fantastische reis, vol contrasten, ontmoetingen en momenten van pure vrijheid. En boven alles een herbevestiging van wat motorrijden voor mij betekent: ontdekken, voelen, leven.
Geniet van elke kilometer en “Make Life a Ride.













Tom, jouw reisverslag lezende weet ik zeker dat we definitief de komende jaren met onze GS richting Schotland en eilanden gaan koersen. Dank voor jouw schitterend verslag. Is jouw gereden route ergens als gpx bestand te downloaden? Eerst gaan we volgend jaar een tour maken door de Noorse fjorden tussen Trondheim en Kristiansand.
Hallo Enrico,
Ik rij niet met GPX bestanden, maar kies voor een route met vaste waypoints waar ik overnacht. Bij deze route was dat : IJmuiden, Newcastle, Crieff, Inverness, Kirkwall, Lerwick, Edinburgh, Newcastle en IJmuiden. Daartussen zet ik een paar markers met bezienswaardigheden en veerboten en laat vervolgens de navigatie een Adventurous Route maken, waarbij alles is toegestaan (verhard, onverhard, etc.). En dan kijk ik wel waar ik langs kom. Vanuit Kirkwall en Lerwick heb ik een aantal lussen gereden. Dus helaas geen bestand beschikbaar.
Veel plezier volgend jaar in Noorwegen. Tip van Tom : kijk ook eens naar de Innlandsvegen, zoals de Peer Gynt Vegen, Friisvegen of Vinje Vegen door de Nationale Parken. Voor sommige moet je een kleine bijdrage betalen, maar zeker de moeite waard.
Ik ga volgend jaar naar Shetland en Orkney. Er is nog plek op deze fantastische reis: https://motortoeren.nl/groepsreis-schotland-shetland-orkney/
Ik ga volgend jaar naar Shetland en Orkney. Er is nog plek op deze fantastische reis: https://motortoeren.nl/groepsreis-schotland-shetland-orkney/
prachtig verhaal 4 jaar geleden ongeveer zelfde reis alleen met de auto en tentje
Een leuk geschreven reisrapportage.
We hebben het er al drie jaar over om naar de Shetlands te gaan. Na het lezen van je verhaal is het vuurtje weer opgelaaid.
Leuke motor heb je trouwens. Die zie je niet veel meer… een XCountry😊
Hallo M.J.
Goed gezien, dat dit een BMW XCountry (2e generatie met gele tank) is. Genoeg mensen kennen het model niet. Mijn motor is allang geen oorspronkelijke stadmotor meer, maar omgebouwd met tal van accessoires. Een soort Zwitsers zakmes (off- en onroad, licht genoeg om alleen weer op de wielen te zetten, compact, betrouwbaar en zuinig met brandstof) voor al mijn verre reizen.
Mooi dat je inspiratie hebt gevonden in mijn bijdrage.
Heel gaaf en ook heel leuk beschreven. Schotland staat ook nog op mijn lijstje.
Vorig jaar een solo trip door Denemarken/Noorwegen/Zweden gemaakt (overigens is Noorwegen ook echt een aanrader), dit jaar een soort Alpen trip gemaakt. Via Frankrijk heen tot Monaco en vanaf daar weer omhoog via Italië, Zwitserland, Liechtenstein. Ook erg gaaf.
Keep up the good work!
Hoi Tom,
Wat een mooi verhaal en een geweldige reis.
Ben zelf al een paar keer in Engeland/ Schotland geweest ( met de motor) maar jou route zou ik ook echt heel graag willen rijden.
GEWELDIG.
WAT EEN RIT ZLF OOK VEEL GEREDEN IN ENGELAND IERLAND SCOTLAND EN WALES. BEN NU 80 JAAR EN DOE HET WAT RUSTIGER AAN,
RIJ NOG STEEDS MOTOR SINDS NOVEMBER1964
Super verhaal