Na de eerste racedag staat de teller op precies één race. Niet bepaald waarvoor we duizenden kilometers hebben gereden. De weersverwachtingen voor de rest van de week zijn bovendien ronduit beroerd. Toch zou juist deze dag uitgroeien tot het absolute hoogtepunt van de reis. Soms ontdek je pas waar een bestemming écht om draait, als alles anders loopt dan gepland.
Lees eerst deel 1 voordat je verder gaat
De baas op het eiland heet het weer
Woensdagochtend bevestigt de regen opnieuw zijn reputatie. Al vroeg wordt duidelijk dat er die dag waarschijnlijk niet geracet gaat worden. Op het Isle of Man draait alles om veiligheid. En op een stratencircuit van ruim zestig kilometer, met putdeksels, witte belijning, stoepranden en stenen muren, is regen simpelweg een spelbreker.
In plaats van ons daarover op te winden, besluiten we Douglas in te gaan. Op het evenemententerrein is het ondanks de afgelastingen gezellig druk. Bezoekers slenteren langs de stands, bewonderen de nieuwste motoren en slaan massaal TT-merchandise in. Want laten we eerlijk zijn: als je eenmaal op het Isle of Man bent geweest, wil je daar thuis ook graag aan herinnerd worden.
Aan de boulevard vinden we een terras met uitzicht over zee. Terwijl de regen langzaam plaatsmaakt voor een waterig zonnetje, lijkt de teleurstelling over de afgelaste races langzaam te verdwijnen.
Misschien is dit eiland wel veel meer dan alleen een raceschema.
Dan maar zelf de TT rijden
Wanneer het asfalt voorzichtig begint op te drogen, nemen we een besluit dat achteraf de hele reis definieert.
“We rijden de Mountain Course zelf.”
Zodra de wedstrijden stilliggen, verandert het beroemde TT-parcours weer in een openbare weg. Dat betekent dat iedereen dezelfde route mag rijden als waar enkele uren eerder de snelste wegracers ter wereld overheen vlogen.
Natuurlijk houd je je aan de verkeersregels. Maar zelfs in een normaal tempo is het een ervaring die iedere motorrijder minstens één keer zou moeten meemaken.
Al na de eerste kilometers valt het kwartje. Op televisie lijkt de TT indrukwekkend. In werkelijkheid is het bijna niet te bevatten.
Huizen staan soms letterlijk een paar meter van de rijbaan. Stoepranden, verkeersdrempels, putdeksels en stenen muren liggen overal op de loer. Bochten volgen elkaar in hoog tempo op en regelmatig verdwijnt de weg volledig uit het zicht.
Na één ronde begrijp je pas echt waarom TT-coureurs zo’n bijna mythische status hebben.Dit zijn geen gewone racers. Dit zijn specialisten van de buitencategorie.
De magie van de Mountain Road
Het hoogtepunt van de ronde is zonder twijfel de Mountain Road.
Zodra je Ramsey achter je laat, klimt de weg steeds verder omhoog. De bomen verdwijnen langzaam uit beeld en maken plaats voor een ruig, open landschap. Door de aanhoudende regen hangt er een dikke mist over de berg.
Op sommige stukken is het zicht nauwelijks vijftig meter. Het voelt alsof je een andere wereld binnenrijdt.
Even waan je je eerder in The Lord of the Rings dan op een eiland tussen Engeland en Ierland. Juist onder deze omstandigheden besef je wat de TT zo bijzonder maakt. Waar wij voorzichtig door de mist rijden, halen de coureurs hier tijdens de races snelheden van ruim 250 kilometer per uur.
Dat is bijna niet voor te stellen.

Creg-ny-Baa
Na de afdaling wacht misschien wel de beroemdste bocht van het hele eiland: Creg-ny-Baa.
Het gelijknamige hotel en café zijn al decennialang een ontmoetingsplek voor motorrijders uit de hele wereld. Op het terras staan tientallen motoren naast elkaar geparkeerd. BMW’s, Ducati’s, Triumphs, Honda’s en KTM’s; het is een levende tentoonstelling van alles wat twee wielen heeft.
Mijn reisgenoten vinden één ronde voldoende en zoeken een pub op in Crosby. Ik besluit nog een tweede ronde te rijden.
Nu ik het parcours ken, valt alles nog meer op. De hoogteverschillen, de blinde bochten en de smalle doorgangen maken diepe indruk. Vanaf dat moment kijk ik nooit meer hetzelfde naar de onboardbeelden van de TT.
Terug in Crosby blijkt de rest inmiddels comfortabel aan een pint te zitten. Zoals overal op het eiland gaan de gesprekken nergens anders over dan motoren, de TT en natuurlijk… het weer.
Dat laatste blijft voorlopig onverminderd aanwezig.

Een onverwacht museumbezoek
Ook de volgende dag wint de regen opnieuw.
Omdat er wederom nauwelijks kans is op races, besluiten we een bezoek te brengen aan het Isle of Man Motor Museum. Eerlijk gezegd verwacht ik een museum dat volledig in het teken staat van de TT, maar dat blijkt anders uit te pakken.
De collectie is enorm en bestaat uit honderden motoren, klassieke auto’s, stoommachines en allerlei technische curiositeiten. Misschien niet helemaal wat ik vooraf had verwacht, maar zeker de moeite waard. Bovendien blijkt half motorrijdend Europa hetzelfde idee te hebben gehad, waardoor het gezellig druk is.
Op de terugweg maken we nog een stop bij Creg-ny-Baa voor een late lunch. Zelfs zonder racende motoren blijft het een bijzondere plek. Je hoeft je ogen maar even te sluiten om je voor te stellen hoe hier tijdens de races de superbikes met oorverdovend geweld voorbijschieten.
Terug naar huis
Vrijdagochtend is het alweer tijd om afscheid te nemen van het eiland.
Op de ferry richting Liverpool kijken we terug op een week die totaal anders verliep dan verwacht. Slechts één race gezien. Dagenlang regen. En toch overheerst geen enkele vorm van teleurstelling.
Via Yorkshire rijden we terug richting Newcastle. Alsof Engeland ons toch nog een afscheidscadeau wil geven, blijft het eindelijk droog. De route voert langs glooiende heuvels, eindeloze bochten en het indrukwekkende Ribblehead Viaduct, waar de karakteristieke stenen spoorbrug prachtig afsteekt tegen het landschap.
Onze laatste overnachting is in Masham, een gezellig marktstadje dat bekendstaat om zijn twee brouwerijen: Theakston en Black Sheep. Helaas zit een uitgebreide bierproeverij er niet in; de volgende dag wacht nog een flinke rit naar de ferry.
Via Newcastle varen we terug naar IJmuiden. Dezelfde boot. Dezelfde hut. Dezelfde rumoerige bar. Alleen wij zijn veranderd.
Meer dan een race
Zou ik nog een keer teruggaan? Zonder enige twijfel!
Natuurlijk hoop ik dan op beter weer. Maar wie de TT bezoekt, weet dat je ruim een jaar van tevoren boekt en vervolgens volledig bent overgeleverd aan de grillen van de natuur. En misschien is dat juist de charme van het Isle of Man. Ik ging erheen om de snelste wegrace ter wereld te zien. Ik kwam thuis met veel meer dan dat.
De TT draait niet alleen om snelheid. Het draait om kameraadschap, om passie, om respect voor de coureurs en om een eiland dat één week per jaar volledig in het teken staat van motorrijden.
Pas toen ik zelf over de Mountain Course reed, begreep ik wat deze race zo uniek maakt. Vanaf dat moment keek ik met andere ogen naar iedere onboardvideo en iedere TT-race.
Mijn droom om ooit de Isle of Man TT te bezoeken kwam uit. Dat die droom letterlijk een natte droom zou worden, had ik niet voorzien.
Maar achteraf had ik hem voor geen goud willen missen.





Grappig dat jij dagenlang regen hebt gehad. Wij waren er 2 weken en hebben welgeteld 1 échte regendag gehad. Verder beetje motregen af en toe, maar doordat de races veelal werden afgelast hebben wij het hele eiland op onze motoren kunnen ontdekken.
De buien waren blijkbaar erg lokaal en die hebben wij dan blijkbaar kunnen omzeilen.
Hoi Race Kees,
Prachtig verhaal heb je ervan gemaakt. Heel herkenbaar. Mijn vriendin en ik zijn in 2018 naar de Classuc TT geweest en hebben exact dezelfde ervaring. Gelukkig hadden we beter weer en hebben 5 racedagen in 11 dagen gehad. Plus Man heeft nog veel meer te bieden.
Magisch. Ik ben er 4 keer geweest en elke keer nodigt uit tot de volgende. Steeds weer kijken vanaf een andere locatie. Iedereen is ontspannen.Fijne sfeer. En het eiland zelf is ook fantastisch om te rijden buiten het circuit.
Bedankt voor je reactie. Het was genieten….ondanks het weer 🙂