Een motorreis naar Oost-Europa stond al gepland, maar een ongeluk met zijn Honda CBR600RR gooide vlak voor vertrek roet in het eten. De oplossing kwam onverwacht: een Honda CB500S uit 2001, gekocht voor slechts 300 euro en met ruim een ton op de teller. Niet bepaald de motor waarmee je automatisch aan een tocht van duizenden kilometers denkt. Toch werd juist deze oude Honda de reisgenoot voor een avontuur via Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Roemenië tot aan Moldavië.
Een motortrip met een onverwachte afloop
Het is het weekend van Koningsdag en dat betekent dat de motor van stal mag. Mijn vader heeft goed zijn best gedaan om zijn grootste hobby aan zijn twee zoons door te geven en zijn inspanningen zijn succesvol gebleken. Dit weekend trekken we er voor het eerst met zijn drieën op uit voor een motortrip naar de Eifel.
We vertrekken in alle vroegte, zodat we ’s morgens al snel de snelweg kunnen inruilen voor de Duitse stuurwegen. Mijn vader heeft de route gemaakt en al gauw blijkt dat de optie ‘asfalt vermijden’, al dan niet per ongeluk, is aangevinkt. Hoewel ik niet vies ben van offroadrijden, is mijn motor, een Honda CBR600RR, hiervoor niet de ideale kameraad. Mijn broer, die op een Suzuki SV650 rijdt, deelt mijn worstelingen en dus wordt de route voor zondag wat omgegooid.
Op het strakke asfalt voel ik mij heer en meester en comfortabel zoef ik door het bochtenlandschap. Misschien wel iets té comfortabel, want als ik een T-splitsing nader en naar links kijk om te zien of er niets aankomt, kom ik zelf abrupt tot stilstand.
Ik blijk achterop mijn bloedeigen vader te zijn gereden, die voor de bocht stilstond.
Het blijft gelukkig bij materiële schade, maar duidelijk is dat een flinke reparatie aan mijn motor noodzakelijk is als ik de geplande reis naar Oost-Europa deze zomer nog op mijn trouwe Honda wil maken.
Voor 300 euro weer op weg
Als zowel ik als mijn motor weer in Nederland zijn aangekomen, bevestigt de garage mijn schrikbeeld. De reparatiekosten zijn dusdanig hoog dat mijn geliefde tweewieler economisch total loss wordt verklaard.
Dat betekent dat de zoektocht naar een nieuwe motor wordt ingezet, met nog tweeënhalve maand tot mijn geplande vertrek naar het oosten. Het motorseizoen is ondertussen al in volle gang, wat betekent dat de prijzen traditioneel behoorlijk zijn gestegen.
Als ik het er op mijn werk over heb, blijkt een collega zijn oude motor, een Honda CB500S uit 2001, te verkopen voor slechts 300 euro. Ruim een ton op de teller en de achterband volledig versleten, maar verder nog in goede staat.
Ik ga direct akkoord, zonder dat ik de motor ook maar gezien heb.
Enkele dagen later schrijven we de motor over op mijn naam en worden de eerste kilometers gemaakt. Het is goed merkbaar dat de achterband aan vervanging toe is, dus laat ik direct een nieuwe Bridgestone monteren bij mijn vaste garage.
Daar merkt de monteur op dat het balhoofd en de kettingset eigenlijk ook aan vervanging toe zijn. Op mijn vraag of het oncomfortabel of onveilig is om zonder deze onderdelen te vervangen mijn geplande reis te maken, antwoordt hij dat oncomfortabel uiteindelijk altijd overgaat in onveilig, maar dat dit punt tijdens mijn reis waarschijnlijk nog niet bereikt zal worden.
Ik vind het eigenlijk ook wel mooi om de tocht op zo’n oud beestje met gebreken te maken, dus besluit ik het bij het bandje te houden
Alleen op reis, maar niet alleen
Woensdag 20 juli gaat mijn wekker om 05.00 uur en ik schiet overeind, wetende dat de reis vandaag begint. Ik heb twee weken voor de trip uitgetrokken, dus zal er aan het begin en aan het einde flink wat kilometers moeten worden gemaakt om de focus op Oost-Europa te kunnen leggen.
De voortgang van de reis dicteert de locatie, dus heb ik niets vooruitgeboekt. Ik streef naar een overnachting in Tsjechië en de vaart zit er prima in. Tegen het einde van de middag vind ik mijzelf dan ook terug op een stadscamping in Praag.
Naast mij zet Sam, een reiziger uit Nieuw-Zeeland, zijn tent op. Aangezien we allebei alleen op reis zijn, besluiten we samen Praag in te trekken voor een biertje en een hapje eten.
Het is druk in de stad, maar we kunnen aan tafel aanschuiven bij twee Polen op zakenreis, die zich voorstellen als Martin en Chris. Het klikt goed, dus proosten we vrolijk met diverse lokale pilsjes en, onder lichte dwang van Martin en Chris, ook met de Tsjechische sterkedrank Becherovka.
Ze staan erop dat zij de rekening betalen en willen graag nog een stadstour langs de hoogtepunten van Praag verzorgen, aangezien zij er al vaker zijn geweest.
Blij verrast door het gezelschap van de avond lig ik uiteindelijk later dan gepland na te genieten in mijn tent. De eerste reisdag bevestigt meteen dat je alleen kunt reizen zonder alleen te zijn.
Van Brno naar de Karpaten
De volgende ochtend pak ik voorlopig het laatste stuk snelweg richting het Automotodrom Brno, waar een maand eerder de MotoGP nog racete.
Het valt op dat bumperkleven en op het laatste moment remmen voor de voorganger inherent deel lijken uit te maken van de Tsjechische verkeerscultuur. Meerdere keren rem ik zelf om afstand te creëren tot het ongeluk dat vlak voor mij onvermijdelijk lijkt te gaan gebeuren, maar telkens weer worden brokstukken in de laatste tientallen centimeters vermeden.
De laatste kilometers tot aan het circuit zijn een verademing. Deze lijken bewust zo bochtig mogelijk te zijn aangelegd, wat sterk bijdraagt aan mijn groeiende zin in het bezoek.
Toevallig is er vandaag een racedag voor recreanten met een racelicentie. De voetgangerspoort naar het talud staat open, dus leg ik mijn leren jas op het gras en kijk ik liggend in de zon naar het laatste deel van de race.
Na de race kan ik de verleiding niet weerstaan en druk ik ook mijn motor soepel door de voetgangerspoort voor een mooie foto met het circuit op de achtergrond. De paddock is open, dus geef ik mijn ogen ook hier nog even de kost voordat ik doorrij naar Slowakije.

Oldschool werkt altijd
Vanuit Bratislava ben ik van plan om in drie dagen verder naar het oosten te rijden, dieper de Westelijke Karpaten in.
Het is, zoals in heel Europa, ook hier extreem warm. Hoewel het asfalt er verrassend strak bij ligt, blijkt het op sommige plekken toch onverwacht glad.
Dat is niet het enige probleem dat de warmte met zich meebrengt, want mijn telefoon, die ik voor navigatie gebruik, raakt steeds oververhit. Onder de doorzichtige plastic bovenlaag is een eigen tropenklimaat ontstaan, dus meekijken met de aanwijzingen van Google Maps is geen optie meer.
Maar ook mijn jaszak en buidel blijken onvoldoende bescherming tegen de warmte te bieden.
Uiteindelijk blijkt de enige werkbare oplossing om mijn telefoon aan de zijkant van mijn tanktas te stoppen, met de rits van de tas deels open. Zo biedt de rijwind net genoeg verkoeling om de routebeschrijving via de spraakfunctie aan het in mijn helm ingebouwde communicatiesysteem te laten voorlezen.
Een Harley-rijder die ik spreek bij het tankstation moet lachen om mijn oplossing en wijst trots naar zijn handgeschreven notities in zijn tanktas.
“Oldschool, maar werkt altijd!”
Ik kan hem geen ongelijk geven.
Bochten, Kofola en kastelen
Ik rijd over geweldige slingerwegen die qua rijplezier niet onderdoen voor de Alpen, ware het niet dat er aanvankelijk nauwelijks hoogtemeters worden gemaakt. Naarmate ik verder naar het oosten rijd, wordt de omgeving ruiger en zeker ook hoger.
Slowakije voelt, op de kenmerkende bouwstijl na, in de meeste opzichten niet aan als het ‘Oostblok’ dat ik in gedachten had. Wel is duidelijk dat Engels hier geen gemeengoed is.
Als ik zelf even de schaduw op een terras met uitzicht op de bergen opzoek voor een kop koffie, ben ik dan ook verrast wanneer de serveerster me ineens een flinke bierpul met Kofola toeschuift.
Ik lust graag een biertje, maar op de vroege ochtend tijdens een rijdag gaat me dat wel wat ver.
Ik besluit toch maar even te googelen wat dit drankje is, maar gelukkig blijkt het een volledig alcoholvrije lokale frisdrank te zijn. Hij smaakt me eigenlijk prima, dus laat ik de koffie maar achterwege en vervolg ik mijn weg.
Ik rijg de ene na de andere bochtige weg aan elkaar en merk dat er behoorlijk wat binnenlands motortoerisme is in deze regio. Ik geloof heilig in ‘do as the locals do’, dus ik zal hier wel goed zitten, bedenk ik me.
Als ik door een bergdorpje rijd, zie ik tot mijn verbazing een grote mensenmenigte die zich heeft verzameld rondom een Sinterklaasachtig figuur, inclusief staf en mijter.
Ik parkeer de motor en neem het geheel goed in me op. Een geestelijke uit de regio legt me uit dat vandaag de heiligverklaring van een lokale non wordt gevierd, die onder het oude communistische regime is gedood.
Vandaag is daarom een grote feestelijke aangelegenheid en ook ik word direct uitgenodigd om aan te schuiven bij het feestmaal dat die avond wordt geserveerd.
Tot mijn grote spijt moet ik het aanbod afslaan, want het is nog vroeg en ik wil vandaag echt nog wat kilometers maken. Ik bedank hem voor de gastvrijheid en rijd verder richting het oosten, over glooiende wegen vol vergezichten en kastelen.

Van biljartlaken naar maanlandschap
Zo bochtig, glooiend en goed onderhouden als de Slowaakse wegen zijn, zo kaarsrecht en van slechte kwaliteit zijn de Hongaarse, heb ik mij laten vertellen.
Ik trek daarom slechts één dag uit voor Hongarije, om vervolgens door te stoten naar Roemenië. Niets wijst erop dat ik de grens met Hongarije passeer, behalve dat het biljartlaken waarover ik rijd abrupt overgaat in een maanlandschap van jewelste.
Al snel voel ik dat ik steeds verder naar voren word gedrukt door mijn inmiddels losgetrilde bagage, dus besluit ik dat het tijd is voor een welverdiende pauze. Dit laat zich mooi combineren met een bezoek aan het stadje Tokaj, dat bekendstaat om de vele goede wijnen die er vandaan komen. De huiswijn smaakt zeker naar meer, maar ik moet nog rijden, dus houd ik het bij één glas.
Na een dag trillen zet ik mijn kamp op in Debrecen. Ik ben relatief vroeg op de camping, dus kan mooi te voet de stad nog even verkennen.
Het is erg rustig op straat, ondanks dat het de tweede stad van Hongarije is. De stad is mooi aangekleed en kent veel terrasjes, waar ik dan ook maar even lekker plaatsneem.
’s Nachts slaap ik slecht, omdat een vrouw op de camping de hele boel bij elkaar schreeuwt. Als ze uiteindelijk is weggestuurd, duurt het niet lang voordat ze haar weg terug naar de camping heeft gevonden en verdergaat waar ze was gebleven.
Lang leve koffie.
Op naar de Transsylvaanse Alpen
Vanuit Hongarije rijd ik door naar Roemenië. Het is bijzonder om te zien dat Roemenië heel anders oogt dan de landen die ik tot nu toe heb doorkruist.
Betonnen flats zijn hier nauwelijks te vinden. In plaats daarvan is er vooral lintbebouwing van stenen huisjes met rode daken en tuinen vol groen. Overal waar je kijkt, wappert trots de Roemeense driekleur.
Ook het asfalt is hier overwegend van goede kwaliteit, maar net als in Slowakije maakt de temperatuur het soms toch verraderlijk glad. Op veel plekken staan waarschuwingsborden die de temperatuur aangeven.
Zo lees ik dat het buiten 38 graden is en het asfalt zelfs ruim 50 graden.
De temperatuur dwingt me ieder halfuur te stoppen om zelf wat te drinken en wat water bij mijn leren jas naar binnen te gieten voor een tijdelijke vlaag van verkoeling.
Ondanks de hitte is er volop rijplezier. Het Roemeense landschap kenmerkt zich door gigantische vergezichten, dankzij het glooiende terrein en de relatief geringe hoeveelheid bebossing.
Dik genietend baan ik mij een weg van de Westelijke Karpaten naar de Zuidelijke Karpaten, ook wel bekend als de Transsylvaanse Alpen.

Transalpina en Transfăgărășan
Ik wil hier in ieder geval de Transfăgărășan rijden, die door Top Gear als ‘de beste rijweg ter wereld’ is bestempeld.
Een lokale KTM-rijder met wie ik aan de praat raak, adviseert me om de Transfăgărășan van noord naar zuid te rijden en ook zeker de Transalpina niet te vergeten.
Ik neem zijn advies ter harte en vind een motorcamping aan de voet van de Transalpina. De eigenaar drukt me al een halve liter bier in handen voordat ik de tijd heb gehad mijn motorjas uit te trekken en hij staat erop dat ik ook zelfgestookte drank kom proeven.
Ik drink er één, maar sla de rest beleefd af. Als ik blind raak door de moonshine, kan ik immers alsnog niet oordelen of deze bergpassen nu echt zo geweldig zijn als wordt beweerd.
De volgende ochtend kan ik op de maar liefst 140 kilometer lange Transalpina mijn geluk niet op.
Mooie, ronde bochten die elkaar vloeiend opvolgen, in combinatie met het superstrakke asfalt, maken deze weg tot een bron van puur rijplezier.
Ik ben er vroeg bij, dus kan ongestoord doorrijden zonder hinder van ander verkeer. Op de open vlaktes aan weerszijden van de weg is het desondanks toch een drukte van belang, want de route blijkt ook populair onder kampeerders, die er massaal de nacht hebben doorgebracht in hun campers.
Via een oostelijker gelegen bergpas baan ik mij naderhand weer een weg naar het noorden, zodat ik ook de Transfăgărășan van de goede kant kan benaderen. Roemenië heeft de grootste populatie bruine beren van Europa. Omdat veel toeristen, ondanks de strenge verboden, de beren langs deze weg voeren, zijn ze hier vaak in groten getale te spotten.
Op de motor kan een ontmoeting gevaarlijke situaties opleveren, temeer omdat mijn ketting steeds meer lawaai begint te maken en ik toch een beetje bang word dat ik een inschattingsfout heb gemaakt door deze niet te laten vervangen.
Na een goede nachtrust rijd ik opnieuw vroeg weg om de drukte en hopelijk ook de beren voor te zijn. Vrijwel direct slinger ik van de ene haarspeldbocht de andere in en stijg ik naar de top, met uitzichten die doen denken aan de Zwitserse Alpen.
Al sneller dan verwacht zit de klim erop en begint de afdaling. Het asfalt is aan deze zijde duidelijk slechter en tussen de vele bomen langs de weg vang ik af en toe een glimp op van de uitzichten erachter.
Zonder ook maar één beer te hebben gezien, zet ik vervolgens tevreden koers richting het oosten.
Op naar Moldavië
Moldavië is het laatste land van de reis en hoe dichter ik in de buurt kom, hoe ruiger het verkeer lijkt te worden.
Ik moet regelmatig uitwijken naar de vluchtstrook of zelfs de berm in wanneer tegemoetkomend verkeer vlak voor mij inhaalacties inzet en daarbij mijn rijbaan claimt.
Het lijkt hier erg dunbevolkt, maar toch worden om de haverklap meloenen verkocht vanuit houten kraampjes langs de weg.
Ik ben ondertussen ook al geruime tijd geen tankstation meer tegengekomen. De oude Honda heeft geen brandstofmeter, maar hoofdrekenend beredeneer ik dat ik, inclusief de reserve, nog wel zo’n kleine vijftig kilometer moet kunnen afleggen.
Internet om de dichtstbijzijnde pomp op te zoeken is niet beschikbaar, dus rol ik maar rustig door.
Even later passeer ik inderdaad een pompstation, maar als de tank weer vol zit, blokkeren twee grote, boze zwerfhonden mij de uitgang.
Het motorgeluid dat vrijkomt als ik de Honda in de toeren laat lopen, kan ze niet deren. Ik trap de motor dus maar in zijn versnelling en zoef vakkundig tussen de honden door.
Blaffende honden bijten inderdaad niet.
Zeven campings en er helemaal klaar mee
De grens met Moldavië passeer ik probleemloos, maar met de grensovergang komt ook een abrupt einde aan de mooie vergezichten.
Rechte wegen vol gaten, met aan weerszijden dichte bebossing, voeren mij naar de hoofdstad Chisinau.
Het is er een drukte van jewelste en de stad omzeilen is geen optie. Het ter plekke regelen van slaapplekken heeft mij de hele reis nog geen problemen opgeleverd, maar blijkt hier toch knap lastig.
Veel campings die Google Maps aangeeft, blijken niet te bestaan en bij degenen die wel bestaan, zien ze deze westerling liever gaan dan komen.
Als ik bij de zevende (!) poging opnieuw om onduidelijke redenen word weggestuurd, ben ik er helemaal klaar mee.
Ik besluit dat als ze mij hier niet willen hebben, ik ook geen seconde langer meer in hun land hoef door te brengen. Ik zet mijn helm op en kan het niet laten om een klein handgebaar richting de campingeigenaar te maken als ik langs hem rijd en de terugweg naar Roemenië inzet.
Het is al nacht als ik aankom in Iași, dus besluit ik voor vannacht maar een hotel te boeken.

Nog 2.300 kilometer naar huis
De afgelopen reisdagen waren lang en hebben erin gehakt. Ik neem daarom uitgebreid de tijd voor het hotelontbijt en laat de koffie goed smaken voor vertrek. Vanaf hier zet ik de terugreis in en die zal wel even duren. Het is nog ruim 2.300 kilometer tot aan huis en bij de eerste paar honderd daarvan zijn er nog nauwelijks snelwegen in de buurt.
Ik rijd over een provinciale weg van dorp naar dorp als er voor mij een stilstaande file opdoemt. Ik probeer deze te omzeilen via een gravelweg, die na enkele kilometers overgaat in een behoorlijk offroadpad.
Als dit pad me rechtstreeks een maïsveld in leidt, besluit ik dat ik toch maar beter kan omkeren richting de file. De oorzaak van het oponthoud blijkt een gekantelde vrachtwagen vol meloenen te zijn.
De Roemenen grijpen hun kans en het halve dorp lijkt uitgerukt om meloenen te rapen. Hoewel het er best lekker uitziet, heeft de vrachtwagen bij het kantelen de stroomdraden langs de weg geraakt, die nu deels op de grond liggen.
Ik ben geen elektricien, maar blijf hier toch maar liever bij uit de buurt, dus sla ik de sappige snack even over.
Als de vrachtwagen is rechtgezet, kan ik veilig mijn weg vervolgen.

6.086 kilometer later
De twee dagen die volgen, zijn een noodzakelijk kwaad. Via de snelweg leg ik zoveel mogelijk kilometers af en uiteindelijk rijd ik mijn woonplaats Amersfoort weer binnen, waar ik word verwelkomd door de beruchte wit-paarse envelop.
Ik blijk geflitst te zijn toen ik op de eerste reisdag, nog geen tien minuten na vertrek, met vijf kilometer per uur te hard over de A1 reed.
Ik had het erger kunnen treffen.
Als ik op de bank plof, bedenk ik me dat het oude Hondaatje een goede kompaan is gebleken tijdens de afgelopen twaalf dagen en 6.086 kilometer. Morgen trakteer ik hem maar eens op een welverdiende poetsbeurt, want hij stinkt vast net zo erg als zijn baasje op dit moment.
Geweldige onderneming. Alle lof voor deze prestatie.
Wat een prachtig avontuur! Dikke respect 👍🏻💪🏻
Wat een geweldig avontuur! En dat op zo’n oud baasje.
Mooi verhaal en het bewijst maar weer eens dat je niet altijd een dikke dure all road nodig hebt om motoravonturen ver van huis te beleven!