De Vlaamse Ardennen. Een streek waar molens, bier en wielerkoersen samenkomen. Jan van den Brink besloot het zelf te ontdekken, met zijn Triumph als reisgezel.
Het eerste deel van de rit, vanaf de Veluwe tot net onder Gent, voelt als een verplichte opwarmer. Alleen maar snelweg: geen bochten om lekker in te hangen, alleen windgeluid en weerstand. Maar zodra ik bij Gent de snelweg afdraai, verandert alles. Het landschap lijkt te ademen: glooiingen, kasseien en hobbels waar je rug van schrikt. Dit is lekker! Welkom in de Vlaamse Ardennen.

ECHT ANDERS
De Vlaamse Ardennen zijn echt anders dan hun Waalse tegenhanger. Geen eindeloze bossen, maar een open landschap vol glooiingen, kasseien en charmante dorpjes met rokende frietkotten. En wielrenners. Wielrenners, overal wielrenners.
In Lycra-pakjes – soms echt te strak – jagen ze hun denkbeeldige successen achterna. Veelal in groepen denderen ze de heuvels af alsof hun leven ervan afhangt. Hun gezichten staan strak dankzij de combinatie van bidondrankjes en concentratie, maar als je goed kijkt, zie je altijd wel een glimlach. Ze genieten van de afdalingen. Maar heuvelop is het mijn beurt om te lachen. Ik met motor en gemak, zij met benen en spierpijn. Maar doorzetters zijn het. Ze willen allemaal eens de Ronde van Vlaanderen winnen, de wielerhoogmis van het Vlaamse voorjaar. Deze wielerklassieker gaat over ruwe kasseien, steile hellingen en smalle landelijke weggetjes. Ik vandaag ook, met m’n motor. Maar snel gaat het allemaal niet. Mooie kronkelweggetjes verhinderen hoge snelheden en zo nu en dan moet ik stoppen voor (alweer) een voorbijtrekkende wielerkoers. Amateurs organiseren er hun eigen ‘Ronde van Vlaanderen’, zo lijkt het. Inclusief motorbegeleiders, volgwagens en bourgondisch buikende deelnemers. Exclusief ronde-miss, dat dan weer wel. Helaas.

BIERLUCHT EN BABBELS
Die bourgondische levensstijl van de Vlamingen…daar kun je – zelfs zittend op de motor – niet omheen. Vlak bij het dorpje Mater waait er een schraal-bittere geur via mijn vizier m’n neusgaten in. Het duurt even voor ik het door heb, maar dan zie ik het: de Roman Brouwerij. De oude familiebrouwerij vult de omgeving met de geur van bruin bier. Echt lekker ruikt het (nog) niet, maar het maakt het motorrijden in deze streek wel bijzonder. En van dat bar-aroma krijg ik trek. Het is lunchtijd en… mijn rug en benen eisen pauze. Bij Café De Lustige Boer in Maarkedal stop ik voor een korte pauze. Het witte café ziet er uitnodigend uit, maar binnen is het stil en rommelig. Een eenzame man hangt aan de toog, nipt van zijn bier en staart verlangend naar de barvrouw, die onverstoorbaar koffie schenkt. Helaas is de keuken dicht. Ik neem genoegen met een kop koffie, groet de man bemoedigend en stap weer op mijn motor.
MOTOREN, MOLENS EN MONSIEUR
Het glooiende landschap en de open vlaktes maakten deze regio ooit ideaal voor molens. Oude windmolens markeren nog altijd trots de horizon, terwijl ook watermolens nog onverstoorbaar hun werk blijven doen. Met zo’n negentig molens verspreid over de regio is het onmogelijk ze te missen. Tijdens mijn rit passeer ik er meerdere; sommige herken ik vaag van de tv-beelden van de Ronde van Vlaanderen. Het blijft indrukwekkend mooi. Bij de hoogst gesitueerde molen ‘De Hotond’ parkeer ik nogmaals de Triumph en kijk vanaf het terras prachtig over het Vlaamse landschap. Hier is de keuken gelukkig wel open en ik bestel een tosti. De kok kijkt me even bedenkelijk aan. Pas na mijn toelichting – een simpel warm geroosterd broodje ham-kaas – valt het kwartje. Hier noemen ze het een Croque-Monsieur. Klinkt chiquer, maar het blijft een heerlijke klassieker. Na de lunch maak ik me weer klaar voor de weg. De kasseien hebben hun werk gedaan, mijn spieren voelen de vermoeidheid, maar de nieuwsgierigheid naar de volgende etappe houdt me op de motor. Ik draai de sleutel om, start de Triumph en zet koers richting Oudenaarde. Het blijft prachtig rijden in deze regio, maar het is vermoeiend, zeker omdat ik constant alert moet zijn op wielrenners. Uren later, mijn tank bijna leeg en mijn onderrug geknakt, parkeer ik mijn motor bij het hotel in Oudenaarde. Het is genoeg geweest voor vandaag. Nu op naar het centrale plein – tijd voor een welverdiende pint in het kloppende hart van de Vlaamse Ardennen.

INDRUKWEKKEND
De Markt in Oudenaarde is een indrukwekkend, ruim plein dat het historische hart van de stad vormt. Het majestueuze stadhuis torent er trots bovenuit, terwijl de levendige restaurants, cafés en drukbezette terrasjes om aandacht schreeuwen. Ik neem plaats in het Huis van Parma. Racefietsen staan er als heilige relikwieën tentoongesteld, en de geur van Kwaremont-bier (met een alcoholpercentage van 6,6%, net zoals het klimpercentage van de Kwaremontberg) vult er de ruimte. Verbaasd kijk ik om me heen. Wielrenmannetjes zitten er met hun helm nog op hun hoofd en dragen met trots hun bezwete wielrenpak. Achter een stevige pint zitten ze aan een groot tv-scherm gekluisterd. Ze kijken de finish van een of andere wielerronde. Het lijkt alsof ik een tijdcapsule ben binnengestapt. Men draagt er nog de legendarische ‘LiveStrong’ bandjes van de gevallen wielergrootheid Lance Armstrong. De muren hangen vol met foto’s van grote overwinningen en oude Rabobank-wielershirts
DE KOERSFLUISTERAAR VAN OUDENAARDE
In het café spreek ik Lucien de Schepper en zijn partner Claudine. Lucien, een man van ver in de tachtig, blijkt een levende encyclopedie van de Vlaamse wielerwereld te zijn. Zelf heeft hij de Ronde van Vlaanderen al 77 keer gereden, de verkorte versie althans. Zijn ogen twinkelen nog steeds als hij erover spreekt. Al in 1947 heeft hij het wielrenvirus opgelopen tijdens de Ronde van Frankrijk. Hij vertelt en vertelt: over de kranten die hij destijds voor 1 franc verkocht, over de rondleidingen die hij geeft in het nabijgelegen wielermuseum en over het feit dat hij de hoofdcoördinator is van de Signaalgevers (veiligheidsofficials) bij de ronde. Wat ik ook aan hem vraag, hij brengt zijn verhaal altijd weer terug naar de koers. Zelfs wanneer ik hem naar de vele oorlogsgraven in de regio vraag, brengt hij het gesprek terug naar de koers. Hij grabbelt zijn mobiel en laat me een foto zien. Niet van een oorlogsgraf, maar van het graf van een wielrenner. Lucien is koers, en koers is Lucien. Ik besluit hem z’n volledige verhaal te laten doen en bestel nog wat biertjes. Op advies van de cafébaas drink ik Ename Blond. Terwijl mijnheer De Schepper vertelt, nip ik meerdere biertjes smakelijk weg
en knik zo nu en dan instemmend.

DE KOERS, DE KASSEIEN EN IK
De volgende ochtend stap ik weer op de motor, ik moet verder. Maar eerst nog afscheid nemen van Lucien, die in de lounge van mijn hotel dagelijks zijn krantje blijkt te lezen. Een prachtig mens, vol verhalen en passie. Met een groet en een laatste blik op Oudenaarde, start ik de Triumph en zet koers naar de Koppenberg. Deze iconische klim, berucht om zijn steile kasseien en zijn onmiskenbare plek in de wielergeschiedenis, moet ik natuurlijk zelf ook beklimmen. Met de motor. Even later hobbel ik de berg op, voel de kracht van de kasseien onder mijn wielen en kijk naar de ploeterende wielrenners voor, naast én achter mij. De Koppenberg is niet zomaar een heuvel; dit is de plek waar legendes geboren worden, waar de koers zijn zwaarste momenten kent. Ik ben hier niet alleen een motorrijder; ik ben deelgenoot van hun verhaal geworden, een verhaal dat al jaren wordt verteld door Lucien, tussen het bier, de Lycra-pakjes, dromende wielrenners en de onverzettelijke kasseien die de Vlaamse Ardennen zo karakteristiek maken. Santé



Als je tussen fietsers gaat rijden, wordt het wel gewaardeerd als je met een elektrische motor of een andere schone motor met db-killer wordt gereden. Deze fietsers hebben alle zuurstof nodig om een heuvel op te trappen.
Als ze dan rijden waar ze moeten en nie met drie of vier langs een zoals ge da dikwijls tegen komt
Wij rijden ook niet op het fietspad
Gts Danny g