Er waren eens vier minder jonge gasten. Niet stokoud (ze kraakten nog niet bij elke stap) maar toch al op de leeftijd dat je na een avondje pinten eerder over je cholesterol praat dan over de meisjes aan de toog. Drie kwamen uit het Oosten van België (min of meer, geografisch is dat altijd rekbaar), en eentje uit het midden van wat vroeger Gallië werd genoemd. Ze noemden elkaar De Langen, Den Dikken, Riksken en Den Ouwen. De wens van deze heren was nog eens een reisje maken, samen op de moto. Niet zomaar een rondje rond de kerktoren, maar een echte expeditie. Want Portugal was al langer hun beloofde land.
Dit is deel 2 van het verhaal van Fons. Deel 1 bracht hen tot in het verre zuiden, maar het avontuur is nog niet ten einde. Wat volgt, is het vervolg van hun tocht met nog meer bochten, pinten, pech (of geluk) en vriendschap. Deel 1 gemist? Je leest het HIER

- Naam:
- Fons de Geest
- Bijnaam:
- Den Ouden
- Leeftijd:
- 69
- Woonplaats:
- Gent
- Motor:
- BMW 1300 GS
Van hondenstreken tot een eerste Portugese Pedras
Wat als je maandenlang je droomreis voorbereidt, en dan vlak voor het hoogtepunt moet afhaken? Het overkwam vandaag De Langen en Den Dikken. Ze leverden hun motoren in Madrid in en vlogen naar huis. Twee pechvogels die we enorm zullen missen onderweg, aan tafel, in alles. Uit respect wilde ik stoppen met dit reisverhaal, maar op verzoek van de gebroeders Wuyts doe ik door. Dit hele verslag draag ik dan ook aan hen op: Koen en Peter.
En zo bleven Proper Riksken en Den Ouwen over. Onder miezerige wolken vertrokken we, maar de regen hield zich koest en de temperatuur steeg uiteindelijk tot een drukkende 37 graden. De dag was er één van contrasten: zwartgeblakerde landschappen, de geur van verbrand hout en verkoolde boomstammen tot vlak bij huizen. Maar tussen het zwart brak ook nieuw groen door: koppige, jonge scheuten die de wederopstanding inzetten.
Tussen dat alles sprong ineens een keffertje voor Riksken zijn motor. Geen doler, maar een goedgetrainde herder die samen met zijn maatje een kudde koeien leidde als een dirigent. Even later was het minder vriendelijk: twee straathonden vlogen uit de berm. Riksken gooide zijn benen omhoog, ik trok het gas open…ontsnapt.
De droogte tekende het landschap. Waar een rivier hoorde te stromen, lag nu alleen zand en gras. Koeien graasden onaangedaan in de uitgedroogde bedding. En toen, zonder grens of formaliteit, reden we Portugal binnen. In een eenvoudig café genoten we van onze eerste Pedras en een broodje varkensvlees. Soms is eenvoud het ware feestmaal.
Op de terugweg rees een gigantische stuwdam op, strak en monumentaal. Daarachter een diepblauw meer, dit keer wél vol. Aan de voet lagen restanten van vermoedelijk Romeinse bouwwerken, als een groet uit het verleden. Een waardige afsluiter van een dag vol afscheid, verrassingen en het besef: het avontuur gaat gewoon door.

Van zwartgeblakerd naar zonovergoten
We starten de dag met een afdaling naar de imposante stuwdam: een massieve muur die de toegang tot Portugal markeert. Eindelijk écht in het beloofde land. Maar de vreugde maakt snel plaats voor verbijstering: voor ons ligt een verwoest gebied. Zwartgeblakerde heuvels, verkoolde bomen en as zo ver het oog reikt. Veertig kilometer lang rijden we door een maanlandschap dat moeilijk voorstelbaar ooit weer zal leven.
Gelukkig keert het groen terug: wijngaarden en boomplantages nemen het over. In het eerste dorp slaan we kaas, worst en Pedras in; de enige Pastel de Nata geven we aan Proper Riksken. Daarna rijden we de schilderachtige Dourovallei binnen: steile wijngaarden, glinsterend water, pittoreske dorpjes. We kunnen het niet laten en keren om: vijftig extra kilometers puur genieten. Even weg van de rivier volgen spectaculaire bergwegen, tot we opnieuw bij de Douro stoppen voor een picknick op de bakken van Riksken. Hij tovert zelfs een mysterieuze noot tevoorschijn: een amandel, zo blijkt. Reizen is leren.
Dan komt de legendarische Rota 222: de “Portugese Route 66”. 27 kilometer, 90 bochten, perfect asfalt en uitzichten die je telkens doen vergeten dat je moet sturen. Een droom voor motorrijders. We scoren een magneet met het logo, een klein souvenir van grootse kilometers.
De geest van De Langen stuurt ons nog door typische Portugese dorpjes met steile, smalle straatjes, een plagerijtje van bovenaf. De dag eindigt onder dreigende luchten; de temperatuur daalt, maar het blijft bij wat regen. Net op tijd bereiken we Hotel Mira Serra. Motoren veilig in de garage, wij onder de douche. Om 19.30 uur wacht een warm avondmaal, het perfecte slot van een dag vol zwart, goud en groen.

Van rillingen op de Torre tot duizend-en-één bochten
Om 8.45 uur vertrekken we bij Hotel Mira Serra:eerst tanken, dan de bergen in. Al snel duikt Hotel Quinta dos Cedros op, een plek vol herinnering: ooit zag ik van daaruit een natuurbrand razen. Vandaag wacht de koninginnenrit: de Estrada da Serra da Estrela.
De klim begint en houdt niet op. Bomen verdwijnen, de lucht wordt ijl, de wind snijdt. De temperatuur daalt tot 6 graden. De Serra da Estrela is ruig, magisch: reusachtige rotsblokken, gletsjervalleien en eindeloze uitzichten. Uiteindelijk bereiken we de Torre: het hoogste punt van Portugal op 1993 meter. Guur, kaal, maar indrukwekkend. Even foto’s maken, dan snel weer verder.
Tijdens de afdaling passeren we grillige rotsformaties en houden halt voor een picknick op de koffers van Proper Riksken. Kaas en worst, intussen een traditie. Hoe vaak ik hier ook kom, het blijft adembenemend. Toch wist De Langen, onze routebouwer, me te verrassen met een onbekende zijweg, deels onverhard.
We rijden langs de Praia Fluvial de Loriga, een idyllisch bergmeertje. Ik wil stoppen, maar Riksken rijdt onverstoorbaar door, mijn claxon redt het niet tegen zijn doofheid.
Dan weer brandlandschap: zwartgeblakerde hellingen, dorpen op het randje van vernietiging. Alsof heel Portugal door vuur is aangeraakt.
En dan… de bochten. In België noemen ze het “Duizend Bochten” maar hier is dat kinderspel. Urenlang sturen, remmen, optrekken. Pas bij Hotel Da Montanha komt er rust: een warme douche, een stevig diner, en de wetenschap dat deze koninginnenrit zijn naam meer dan verdiende.

“Een rustdag die allesbehalve rustig werd.”
Vandaag stond eigenlijk geboekt als rustdag. Twee nachten in Hotel Da Montanha betekende de kans om eens wat gas terug te nemen, misschien een kort ritje, misschien gewoon wat luieren aan het zwembad. Maar zoals zo vaak met goede voornemens: de realiteit gooit er een schep bovenop. Ik had namelijk een afspraak die ik onmogelijk kon laten schieten. Mijn metekind (of is het petekind?) Jolien woont sinds vorig jaar samen met haar vriend Gonçalo, door mij liefdevol Speedy genoemd, en hun twee kinderen in Brogueira, op amper 100 kilometer hiervandaan. Proper Riksken zag dat plan ook wel zitten, en zo vertrokken we al om 9 uur, bij een frisse 11 graden maar onder een staalblauwe lucht.
Onze route kronkelde over kleine, bochtige baantjes, een genot voor de motoren. Onderweg konden we Tomar onmogelijk links laten liggen. Dit historische stadje is wereldberoemd om zijn ridderlijke verleden. Hier ligt het Convento de Cristo, ooit de hoofdzetel van de Ridders van de Tempelorde in Portugal. Toen de orde werd ontbonden, werden de tempeliers heropgericht als de Orde van Christus, en vanuit Tomar droegen ze mee de Portugese ontdekkingsreizen in de 15de en 16de eeuw. Een plaats waar geschiedenis en mystiek in elke steen doordringen.
Na deze korte duik in de middeleeuwen bereikten we Brogueira. Daar werden we warm onthaald door Jolien en Speedy. Voor mij was het een blij weerzien, en ook Proper Riksken toonde oprechte interesse in hun leven en vooral in het gerestaureerde huis van de Portugese opa. Ooit een opslagplaats voor vijgen, nu een charmante woning vol verhalen. En daar, netjes onder een zeil in de garage, stond mijn oranje KTM geduldig te wachten. Het kriebelde even om het zadel in te duiken en de gravelbanen onveilig te maken… maar geduld is ook een deugd. Bij het afscheid gaf ik Proper Riksken toch nog een voorsmaakje: een van mijn vertrouwde KTM-gravelbaantjes, een stukje offroad dat een glimlach tovert bij elke GS- of GSA-rijder. Tegen 16 uur waren we terug in Montanha. Het zwembad lonkte, het water was fris maar verkwikkend. Terwijl we afkoelden, ontvouwde zich voor ons het panorama: de stuwdam, de rivier, de bergen erachter. Een uitzicht waar je nooit genoeg van krijgt, zelfs niet na uren staren. Zo eindigde onze zogenaamde rustdag vol bochten, geschiedenis, familie en een beetje gravel.

Een pijl uit een boog, de horizon als doelwit
We vertrekken bij 11 graden en een kraakheldere lucht. Proper Riksken schiet meteen vooruit, als een pijl uit een boog, over het bochtige parcours. Mijn banden zijn nog koud, de zon staat laag maar zijn enthousiasme is aanstekelijk.
Vandaag doorkruisen we de Alentejo: een regio van rust, ruimte en eenvoud met overvloed. Olijfbomen, wijngaarden en kurkeiken tekenen het landschap. De olijven leveren goudgroene olie, de wijngaarden volle rode en frisse witte wijnen, en de kurkeiken hun kostbare bast, zorgvuldig geoogst en wereldwijd gebruikt. Hier leeft de traditie in elke druppel en elke fles.
We rijden langs reservoirs en barrages, levensaders voor deze droge streek. Het landschap verrast: robuuste runderen met imposante hoorns blokkeren de weg, en mensen lijken op te duiken uit het niets om er even later weer in op te lossen. Het leven is hier traag maar sterk.
In de namiddag bereiken we Monsaraz: witgekalkt, middeleeuws, op een heuveltop met uitzicht over het immense Alqueva-meer. Daarna volgt Vila Viçosa, stad van paleizen en marmer, waar elke gevel grandeur uitstraalt.
Na zeven uur rijden, van 11 naar 31 graden, bereiken we Hotel Da Moura een oud klooster vol azulejos, bogen en geschiedenis. We zijn moe, maar vervuld. Vandaag reden we door het kloppende hart van de Alentejo, het land van zon, stilte, olie, wijn en kurk.
“Als Riksken het beter weet, weet je hoe laat het is.”
We nemen om 9 uur afscheid van Hotel Da Moura in Portugal. De zon staat al vrolijk te blinken, 18 graden op de teller: ideaal motorweer. Vandaag steken we opnieuw de grens over naar Spanje. Onze bestemming: Casa Kini, waar we om 17.15 uur aankomen. Officieel is dat een uurtje later, want in Spanje draait de klok één uur vooruit. Het werd een korte maar pittige dag, met een aantal momenten die recht in de annalen van ons reisboek geschreven mogen worden. Al vroeg in de rit krijgt Proper Riksken gezelschap. Uit het niets duikt een everzwijntje op, dat vrolijk een stukje met hem mee dartelt. Een bizar gezicht: GSA en zwijn, samen de baan op. Veel veiliger was het toen we verderop de beroemde Pata Negra varkens zagen rondlopen. Rustig knorrend, onverstoord, en (zoals we weten) later goed voor de beste ham ter wereld. Een koffiestop mag niet ontbreken. Terwijl de meesten koffie kiezen, trakteer ik mezelf op een Pedras. Licht bruisend mineraalwater dat in Portugal zowat heilig is, en voor mij synoniem met puur genieten. Natuurlijk was er ook weer een klassiek moment van eigenzinnigheid: Proper Riksken weet het beter. Hij volgt mij niet als ik de laatste honderden meters overneem, overtuigd van zijn gelijk. Ik kijk toe, glimlach en denk bij mezelf: sommige tradities zijn er om te koesteren. Zo bereiken we Casa Kini na 4 uur en 15 minuten rijtijd. 270 kilometer vol zon, dieren, grapjes en de zekerheid dat zelfs op dag 18 de reis nog altijd nieuwe verrassingen biedt.

“Van stenen stilte tot een laatste avondmaal.”
Om 8.33 uur zwaaien we Casa Kini uit. De thermometer wijst amper 9 graden aan en tot overmaat van ramp zijn we ook digitaal bevroren: geen wifi, geen gsm-bereik, niets. Niet alleen in het hotel, maar zelfs nog 30 kilometer na vertrek bleven we afgesneden van de buitenwereld. Het hele dorp leeft alsof internet en telefoons niet bestaan. Een zeldzame ervaring in onze tijd, en stiekem ook wel bevrijdend. De route voert ons door de dehesa-landschappen, bezaaid met kurkeiken, wijngaarden en olijfgaarden. De drie-eenheid van de Alentejo en Extremadura rolt voorbij als een levend schilderij. Het is sober, maar tegelijk groots. Onderweg doen we een ontdekking die even banaal als legendarisch is: een échte “Franse (Spaanse) WC”. Een hurktoilet dat generaties reizigers al wanhoop heeft bezorgd. Vandaag levert het ons vooral de nodige hilariteit op. Niet veel later vinden we een idyllische picknickplek. De kaas en worst liggen al op tafel, een restje Pedras bruist in de thermos, en we besluiten de zijweg verder te volgen. Eerst zakken de GS’en diep weg in een bed van losse keien, waardoor de motoren bokkensprongen maken alsof we in een rodeo verzeild zijn. En dan, alsof de weg zelf besluit dat het genoeg is, stopt hij gewoon. Einde verhaal. Omdraaien en terugkeren, met een grijns op ons gezicht. De rest van de rit verloopt rustiger: stuwmeren die blauw oplichten in de zon, hoornrunderen die traag de baan versperren, en eindeloze leegte die tegelijk rustgevend en ontzagwekkend is. Om 17.15 uur bereiken we Hotel Los Dólmenes bij Antequera. De naam verwijst naar de prehistorische grafheuvels (dólmenes) van deze streek, die samen met de rots van El Torcal en Peña de los Enamorados tot het UNESCO-werelderfgoed behoren. De dólmenes zijn megalithische grafkamers, gebouwd tussen 3000 en 2500 v.Chr., enorme stenen constructies die nog altijd in stilte hun geheimen bewaren. Het voelt bijzonder om de nacht door te brengen in de schaduw van zulke oeroude monumenten. De avond brengt echter geen stilte, maar warmte en vriendschap. We hebben een dinerafspraak met Sophie De Leersnijder en José Nobels, die vanuit hun vakantieverblijf in Málaga speciaal naar Antequera zijn afgezakt. Het werd een hartelijk weerzien en een bijzonder gezellige avond, alsof het lot ons een laatste feestmaal gunde. En terecht noemen we het ons laatste avondmaal, want morgen staat de terugvlucht op de planning. Althans, hopelijk… Want een bericht over een cyberaanval die onze vlucht heeft geannuleerd, werpt een donkere schaduw over onze plannen.







Wat een mooi verhaal, ik ga meteen op zoek naar deel 1 🙂
Ik lees hier in de reacties dat mensen vragen naar de GPX-files.
Mocht je deze willen delen zou ik ‘m graag in m’n mailbox ontvangen.
Met motorvriendelijke groet
Serge
Prachtig verhaal.
Volgend jaar wil ik ook naar Portugal.
Is het mogelijk om een GPX van jullie route te krijgen?
Piet
Prachtig verhaal om te lezen. Buiten stormt en regent het ( 25-10-2025).
Maar de lente komt en dan kunnen we nieuwe belevenissen ervaren met onze geliefde motor. Bedankt voor het mooie verhaal.
Mooi verhaal. Leuk om te lezen geeft inspiratie voor tour Portugal.
Mooi verhaal en inspiratie om zelf ook eens die kant op te gaan!
Mooi geschreven avontuur. Leuk om de ervaringen van Rik na te lezen. Heb al samen met hem gereisd. Topkerel!!
Bedankt voor jullie verhaal. Leuk om de ervaringen te lezen.