Wie aan motorrijden in Schotland denkt, komt al snel uit bij de North Coast 500. Maar waar die route steeds drukker wordt met campers en huurauto’s, ontdekten wij een veel rustiger alternatief: de Crieff Cloverleaf. Vier eendaagse motorroutes rond het Schotse plaatsje Crieff, speciaal ontworpen voor motorrijders en buiten Groot-Brittannië nog vrijwel onbekend. Samen met mijn dochter op haar BMW G310GS, haar vriend op een Honda Africa Twin en ikzelf op de BMW G650 XCountry reden we vier totaal verschillende lussen door de Highlands, langs single tracks, haarspeldbochten, verlaten valleien en lege wegen. Precies het Schotland waar motorrijders van dromen.
De route die bijna niemand kent
De meeste motorrijders die richting Schotland vertrekken hebben hetzelfde doel: de North Coast 500. De inmiddels legendarische route langs de noordkust groeide de afgelopen jaren uit tot hét uithangbord van motorrijdend Schotland. Maar tegelijk veranderde diezelfde route langzaam in iets anders. Waar motorrijders ooit voor lege wegen, ruige natuur en vrijheid kwamen, rijden tegenwoordig complete colonnes campers, caravans en huurauto’s dezelfde lus.
Vorig jaar reed ik delen van de NC500 onderweg naar de Shetlandeilanden en merkte direct hoe druk het geworden was. Het landschap bleef indrukwekkend, maar het rijden zelf voelde soms meer als aansluiten in een toeristische optocht dan als avontuur. Juist daardoor bleef één naam hangen die ik onderweg eerder had gehoord: de Crieff Cloverleaf.
Een verzameling van vier eendaagse motorroutes rond het Schotse plaatsje Crieff in Perthshire. Nauwelijks bekend in Nederland, maar onder Britse motorrijders langzaam uitgegroeid tot een cultklassieker. Geen doorgaande toeristische route, maar vier afzonderlijke lussen richting noord, west, oost en zuid. Allemaal ontworpen met één uitgangspunt: rijden moet centraal staan.
Geen haast. Geen snelwegen. Zo min mogelijk verkeer. En vooral wegen waar motorrijders gelukkig van worden.

Met drie motoren naar Newcastle
Deze keer ging de reis niet solo. Mijn dochter reed voor het eerst zelfstandig mee op haar BMW G310GS en haar vriend stapte opnieuw op de Honda Africa Twin. Zelf bleef ik trouw aan mijn BMW G650 XCountry, een motor die onderweg nog regelmatig onverwachte reacties zou opleveren.
De overtocht met de DFDS-nachtboot van IJmuiden naar Newcastle voelde inmiddels vertrouwd, maar de sfeer in de terminal was anders dan eerdere jaren. Overal stonden motoren. Adventure-rijders, Triumph-clubs, Duitsers met TET-plannen en groepen die duidelijk allemaal hetzelfde doel hadden: een week vrijheid op twee wielen.
Nog voor het inschepen ontstonden de eerste gesprekken over routes, motoren en Schotland. Opvallend genoeg bleken zelfs Duitse GS-rijders enthousiast te worden van de inmiddels zeldzame XCountry. Dat soort ontmoetingen hoort bijna standaard bij reizen richting Schotland. Iedereen lijkt onderweg automatisch dezelfde taal te spreken.
Richting Crieff
Na aankomst in Newcastle begon direct het gevoel waarvoor je naar Groot-Brittannië rijdt. Niet alleen door het links rijden of de typische tankstations en pubs, maar vooral door het landschap dat langzaam verandert zodra je noordwaarts trekt.
Via Holy Island reden we richting Schotland. Bij de Lindisfarne Causeway blijft het bijzonder dat een complete verbindingsweg twee keer per dag onder Noordzeewater verdwijnt. Midden op de weg staat zelfs een reddingshut op palen voor automobilisten die het getij verkeerd inschatten.
Later volgde een lunchstop bij een klein stationnetje met een smalspoorlijntje, zelfgemaakte scones en dampende pies (taart, geen plas). Zulke plekken lijken in Schotland volledig vanzelfsprekend te bestaan. Alsof niemand ooit heeft geprobeerd ze moderner te maken.
Diezelfde middag volgde nog een onverwacht hoogtepunt met een bezoek aan het Jim Clark Museum in Duns. Voor petrolheads verplichte kost. Niet groot, wel indrukwekkend. Een ode aan een tijd waarin coureurs nog helden waren en autosport iets gevaarlijks had.
Pas tegen de avond reden we uiteindelijk Crieff binnen. De motoren konden uit, de helmen af en eindelijk begon het avontuur waarvoor we gekomen waren.
Waarom de Cloverleaf anders voelt
Het bijzondere van de Crieff Cloverleaf merk je eigenlijk al in de eerste kilometers. De routes voelen niet alsof ze gemaakt zijn om toeristen van hoogtepunt naar hoogtepunt te sturen. Ze voelen alsof iemand bewust heeft gezocht naar de mooiste motorwegen van Schotland en die vervolgens aan elkaar heeft geregen.
De eerste dag, de North Loop, liet dat direct zien. Nog voor de navigatie het volledig eens was over de route reden we al over de A93 richting Glenshee Ski Centre. Een weg die precies biedt wat motorrijders zoeken: lange doordraaiers, hoogteverschillen, snelle bochten en uitzicht dat steeds verandert.
Met amper zes graden bovenop de pas voelde het meer als vroeg voorjaar dan mei. Binnen bij het skicentrum stonden motorrijders uit verschillende landen op te warmen voordat iedereen weer zijn eigen route vervolgde richting de Cairnwell Pass en de beroemde Devil’s Elbow.
Wat direct opviel was de rust. Nauwelijks campers. Weinig verkeer. En automobilisten die op single tracks bijna vanzelf ruimte maken zodra ze een motor horen aankomen. Dat verschil met de NC500 was enorm.
Via Braemar en Balmoral Castle liep de route verder door het Cairngorms National Park. Besneeuwde bergtoppen, eindeloze bossen en wegen die voortdurend blijven slingeren. Tegen het einde van de dag stonden twee van de hoogste passen van het Verenigd Koninkrijk op de teller, maar belangrijker nog: het voelde nergens druk of toeristisch.
Alsof deze wegen nog steeds vooral bedoeld zijn voor mensen die graag rijden.

Schots weer en Schotse magie
De westelijke route liet vervolgens zien waarom Schotland zo’n bijzondere motorbestemming blijft. De dag begon zonnig.
Een paar uur later reden we door regen in Glencoe. Daarna volgde hagel bij Garelochhead.
En nog later brak de zon opnieuw door alsof er nooit iets gebeurd was.
Dat grillige weer hoort hier simpelweg bij. Sterker nog: het maakt het landschap levendiger. Bergen verdwijnen plotseling in wolken, valleien trekken dicht en even later breekt ergens een streep zonlicht door. Juist daardoor voelt Schotland nooit statisch.
Bij Loch Earn stopten we voor het kunstwerk Mirror Man, dat na jaren afwezigheid dankzij de lokale bevolking terugkeerde naar zijn plek aan het water. Niet veel later kwamen we dezelfde Nederlandse motorrijders meerdere keren tegen bij uitzichtpunten, lunchstops en tankstations. Opvallend genoeg reden zij vooral de bekende hoofdwegen, terwijl de Cloverleaf ons juist steeds verder van de drukte weg stuurde. En daar zat precies de kracht van deze routes.

De weg die niemand kent
Het absolute hoogtepunt van de trip werd uiteindelijk een relatief onbekend traject dat lokaal bekendstaat als de “Road of the Kings”. Geen spectaculaire toeristische trekpleister. Geen bezoekerscentrum. Geen touringcars. Alleen een smalle single track tussen weilanden, schapen en Schotse Hooglanders.
Hier verdween alles wat bij moderne toeristische routes hoort. Geen haast, geen files en geen drukte. Alleen rijden. Dat bleek uiteindelijk precies wat de Cloverleaf zo bijzonder maakt. De routes vermijden bewust de plekken waar iedereen al rijdt en sturen je juist naar wegen die voelen alsof je ze zelf ontdekt hebt. Soms breed en snel, soms smal en technisch, maar vrijwel altijd met volledige focus op het rijden zelf.
Een rustdag die perfect paste
Zelfs de rustdag voelde volledig Schots. Bijna onafgebroken regen maakte de keuze makkelijk om de motoren te laten staan en de omgeving op vier wielen te verkennen. Via glasblazers, tearooms, kastelen en een whiskydistilleerderij bleek opnieuw hoe veelzijdig deze regio eigenlijk is. Terwijl de regen tegen de ramen sloeg, ontstond langzaam het besef dat de Cloverleaf meer is dan alleen vier motorroutes. Het is eigenlijk een compleet andere manier om Schotland te beleven.
Geen race om zoveel mogelijk bekende plekken af te vinken, maar juist de vrijheid om iedere dag opnieuw verrast te worden.

“Never seen an XCountry live”
De oostelijke route leek vooraf misschien de minst spectaculaire van de vier, maar bleek opnieuw vol onverwachte momenten te zitten.
Bij een distilleerderij stopten we voor een snelle foto van de motoren tussen houten whiskyvaten. Nog voordat de motor op de standaard stond kwam een medewerker enthousiast naar buiten gelopen. Hij had nog nooit een BMW XCountry in het echt gezien. Wat volgde was een complete lofzang op de motor, terwijl hij zelf ondertussen volledig natregende in een T-shirt. Volgens hem was dit de beste BMW van de afgelopen dertig jaar. Dat soort ontmoetingen krijg je blijkbaar vanzelf wanneer je met een wat afwijkende motor door Schotland rijdt.
Maar opnieuw viel vooral de route zelf op. Smalle wegen door bossen, steile hellingen, nauwelijks verkeer en stukken asfalt die duidelijk niet interessant genoeg zijn voor campers of touringcars. En precies daarom zo goed werken voor motorrijders.
Lowlands vol contrasten
De laatste route richting de Lowlands bracht opnieuw complete contrasten samen. De ochtend begon met schitterende single tracks door moerasgebieden en bossen vol haarspeldbochten. Later veranderde het landschap volledig en verschenen juist ruigere, armere gebieden met slechte wegen en afval langs de bermen. Maar zelfs daar bleef de route verrassen.
Via een lang gravelpad bezochten we een afgelegen boerderij hoog in de heuvels, waar herders met quads en bordercollies tientallen schapen aan het sorteren waren. Niet veel later volgde misschien wel een van de mooiste stuurwegen van de hele trip: de A708 richting Selkirk. Perfect asfalt, snelle bochten en een flow waarbij je automatisch in het ritme van de weg terechtkomt.
Alsof de Cloverleaf nog één keer wilde laten zien waarom deze routes zo goed zijn.

Waarom dit misschien wel de beste motortrip van Schotland is
Na vier dagen sturen door Schotland bleef uiteindelijk vooral één gedachte hangen: waarom kent bijna niemand dit?
De Crieff Cloverleaf biedt eigenlijk alles wat motorrijders zoeken:
lege wegen, eindeloze bochten, spectaculaire landschappen, technische single tracks, bergen, kust, bossen en nauwelijks verkeer. Maar belangrijker nog: de routes voelen authentiek. Niet ontworpen voor massatoerisme, maar voor mensen die plezier halen uit rijden zelf.
Toen we op de laatste avond de smerige motoren weer inpakten voor de terugreis naar Newcastle stond één ding eigenlijk al vast. De Crieff Cloverleaf is geen alternatief voor de NC500. Voor motorrijders is dit simpelweg de betere route.


kennelijk hier
https://www.cloverleaf.scot/crieff-cloverleaf-gpx-files-free-satnav-map/
Hallo Jan Willem,
In die link kun je de GPX bestanden vinden van de 4 routes, zoals beschreven. Met elke route ben je ongeveer een dag zoet. Je kunt ook kiezen voor de “Little Cloverleaf”, die zijn de helft van de afstand voor een ochtend of een middag rit, zoals wij dat op woensdag ochtend hebben gedaan naar Glen Lyon/Aberfeldy. Echter moet je dan de waypoints zelf in de navigatie zetten, want daar is geen GPX bestand van, dat je kunt downloaden. Handig is op de website ook de Sunspot functie, waarbij je op alle trajecten elke 3 uur een weersverwachting krijgt of zelfs voor de volgende dag, zodat je weet in welk Schots weer je terecht komt.
Mooi verhaal, maar waar is nu de route?
Op You Tube staan vier filmpjes gemaakt door Steve Clark, Engelse motorrijder die veel beeldmateriaal maakt van zijn gereden routes (ook de NC 500 overigens), waarin hij verslag doet van de Crieff Cloverhead.
Inspirerend om naar te kijken