Er waren eens vier minder jonge gasten. Niet stokoud (ze kraakten nog niet bij elke stap) maar toch al op de leeftijd dat je na een avondje pinten eerder over je cholesterol praat dan over de meisjes aan de toog. Drie kwamen uit het Oosten van België (min of meer, geografisch is dat altijd rekbaar), en eentje uit het midden van wat vroeger Gallië werd genoemd. Ze noemden elkaar De Langen, Den Dikken, Riksken en Den Ouwen. De wens van deze heren was nog eens een reisje maken, samen op de moto. Niet zomaar een rondje rond de kerktoren, maar een echte expeditie. Want Portugal was al langer hun beloofde land.

- Naam:
- Fons de Geest
- Bijnaam:
- Den Ouden
- Leeftijd:
- 69
- Woonplaats:
- Gent
- Motor:
- BMW 1300 GS
“Vier ridders, twee routes, één hotel.”
Vandaag begon het avontuur echt. Ikzelf, Den Ouwen, vertrok in mijn eentje vanuit Gent. Geen snelweg, maar rustig binnendoor: via Oudenaarde, Ronse en Laon richting Troyes. 363 kilometer, 6 uur en 10 minuten rijtijd. Vertrek om 8.00 uur, aankomst rond 16.30 uur. Rustig? Ja. Snel? Niet bepaald. Maar wel mooi.
De andere drie: vertrokken omstreeks dezelfde tijd vanuit Beringen. Zij kozen voor snelheid (en meer kilometers): via het zuiden, een deel snelweg. Ze kwamen uiteindelijk een klein uurtje later aan in Troyes. Anekdotes waren er ook: onderweg werd ik venijnig gestoken door een of ander beest dat zich in mijn handschoen had verstopt. Motorrijden is dus niet alleen wind in de haren, maar ook insecten in de vingers. En alsof dat nog niet genoeg was, werd het benzine-avontuur spannend: vier tankstations tegengekomen, allemaal dicht of definitief gesloten. De teller stond meermaals op nul en mijn hartslag in het rood, maar de GS hield stand. ’s Avonds kwamen we dan toch alle vier samen in Hotel Bhoma en waren we compleet met een Honda Africa Twin, een luchtgekoelde BMW R 1200 GSA, een BMW R 1200 LC GSA en een BMW R 1300 GS. Eerste missie geslaagd: iedereen heelhuids aangekomen, al dan niet met extra adrenaline.

“Van kathedralen naar kroketten.”
We mikken op ongeveer 367 kilometer richting het zuiden, eindpunt: Logis Hotel Belle Vue: Chez Saby. We passeren niet ver van Vézelay, een plek waar de tijd stil lijkt te staan. Ooit bezocht ik er de indrukwekkende Basiliek Sainte-Marie-Madeleine, een juweel van Romaanse bouwkunst. Volgens de overlevering heeft ook gewezen huisdokter Yves Verheyleweghen hier een optrekje. Het wordt een dag van kronkelwegen, kleine dorpjes, een snuifje geschiedenis en als het meezit een terras of twee. Vanavond verklaren we ongetwijfeld dat 367 kilometer “toch eigenlijk niet zo ver” is.
“Millevaches, Limousin en een gps die niet meewil.”
We vertrokken 20 minuten later dan voorzien, en dat had alles te maken met de elektronica. Riksken zijn oude Navigatie had koppig geen zin om de route op te starten. Tijdens de rit kwamen er nog meer kuren bij: het tablet van De Langen kreeg geen voeding en de batterij liep langzaam maar zeker leeg. Technologie op twee wielen, soms een vloek. Gelukkig maakte de omgeving veel goed. We reden door prachtige dalen, rivieren diep beneden ons, hoge rotsen, smalle banen en de eerste echte haarspeldbochten. De route voerde ons langs regio’s als Millevaches en Limousin, tot Lot-et-Garonne en Dordogne. Onderweg passeerden we nationale en regionale parken, rivieren, meren en zelfs stuwmeren. Ik merkte een bord op dat vermelde dat de regio een plaatsje op de UNESCO-werelderfgoedlijst verdiend heeft. Het weer speelde mee, al begon het wat somber. Vertrek in de mist bij een frisse 13 graden, daarna bewolkt, maar geleidelijk meer opklaringen. Tegen de tijd dat we aankwamen scheen de zon volop, recht in het dorpsmidden waar ons hotel ligt. Logies Hotel Les Deux Vallées bleek opnieuw een meevaller. Eenvoudig, geen grote luxe, maar alles aanwezig en netjes. Meer moet dat eigenlijk niet zijn.
“Van klaterende riviertjes tot de hoogten van Andorra.”
Om 9 uur vertrokken we vanuit Hotel Le Relais des Deux Vallées en om klokslag 17 uur rolden we Andorra binnen. 265 kilometer op de teller, maar wel kilometers die voelden als een hele expeditie. De dag begon onder een lichtblauwe hemel en volle zon. Later schoof er wat bewolking binnen, maar gelukkig bleef het droog. De temperatuur varieerde flink: van 22 graden in de valleien tot amper 11 graden op de Col du Pradel. Het eerste deel van de route bood een afwisseling van vlottere wegen en piepkleine baantjes, maar het tweede deel was andere koek. De Col du Pradel liet zich meteen van zijn strengste kant zien: smalle stroken asfalt, licht en donker spelend door de bebossing, soms zonder vangrail en met de diepte akelig dichtbij. De baan vochtig, hier en daar bezaaid met gras en mos, takjes en ander natuurlijk afval hier en daar. En daarbovenop nog een paar kuitenbijters van haarspeldbochten, smal én steil. Motorrijden pur sang. De natuur gaf er een extra dimensie aan: klaterende riviertjes en kleine watervalletjes, torenhoge rotsen die leken op wachters van steen, donkere mystieke bossen die fluisterden bij elke windvlaag. Een dag van “Berg en Dal”, in alle betekenissen, en altijd omgeven door weelderig groen. Op de hoogtemeter verscheen uiteindelijk een maximum van 2408 meter, letterlijk het hoogtepunt van de dag genoteerd in Andorra. Na 5 uur en 52 minuten effectieve rijtijd kwamen we aan in het hart van Andorra. Op het eerste zicht een mini Las Vegas met mega reclamepanelen, shoppingcentra, bombastisch en lelijk. Niets van wat ik mij voorstelde bij een authentiek dwergstaatje. Maar misschien moet ik morgen mijn mening veranderen na een grondiger bezoek… Ons Hotel Pyrénées bleek een prima uitvalsbasis, al was het restaurant permanent gesloten. Geen nood: we genoten van een diner in een nabijgelegen restaurantje, met lokale specialiteiten: duidelijk Spaans geïnspireerd en precies wat we nodig hadden na zo’n dag.
Gravel, gravillons en een vleugje Western
De ochtend begon droog ondanks de profetie van De Langen, die met een ernstig gezicht had voorspeld dat we in de regen zouden vertrekken. Meteen fout dus. Een top-routemaker, absoluut, maar als weerman gebuisd. Vandaag mocht Riksken de kar trekken. Dat liep… euh… niet helemaal vlekkeloos. Reeds bij het verlaten van de hotelparking liep het mis: na 200 meter mochten we al keren, waarna De Langen de leiding maar even overnam. Twee pogingen later, in de voormiddag, herstelde Riksken zich en toonde hij dat hij wél degelijk een prima voorrijder is, zeker als je weet dat zijn GPS eerder in een museum thuishoort dan op een motorstuur. De eerste kilometers gingen over natte bergwegen, bedekt met een verraderlijk tapijt van modder, stront en gravillons. Extra opletten dus. Enkele colletjes tot zo’n 1200 meter warmden ons alvast op voor het betere bochtenwerk.
Plots veranderde het decor: een weg die leek op een racecircuit, breed, strak en glad als een biljarttafel. De landschappen waren wederom prachtig maar dat beginnen we intussen bijna te gewoon te vinden. Een oud stuk weg dat foutief op de GPS stond bracht ons wat gesukkel, maar leverde ook een gouden moment op. In een typisch dorpscafé hielden we halt, en zodra Riksken zijn helm afzette, herinnerde hij zich: “Hier ben ik eerder geweest!” Tjonge toch, alsof hij in zijn eigen déjà vu reed. Daarna kwam de kers op de taart: een traject van ruim 50 km vol bochten, door pure natuur. De GS’en ronken vrolijk, het Hondaken bromt zoals altijd en de piloten genieten met volle teugen. En dan… Bardenas Reales.
Voor mij de vierde keer, voor Riksken de eerste. Ook De Langen en Den Dikken kenden het van eerdere reizen. Maar het blijft magisch: 50 km gravel door een landschap dat meer weg heeft van een Western dan van Spanje. Rijden tussen bizarre rotsformaties, terwijl de stenen je om de oren vliegen. Een absolute climax van onze passage in Spanje.

Gravel, gieren en grootse Baskische gastvrijheid
We vertrekken onder een stralende zon in Tudela. Den Dikken, die koppig niet wilde tanken, besluit toch eieren voor zijn geld te kiezen. Gelukkig maar. Na 20 kilometer duiken we opnieuw de Bardenas Reales in, vandaag nog indrukwekkender dan gisteren. Smalle gravelpaden, steile hellingen, cirkelende gieren en adembenemende vergezichten. Pure offroadpret, al vereist het volle concentratie: voeten stevig, stuur losjes, vingers klaar, tempo houden. Het werkt.
Na de Bardenas stoppen we bij een bar die zo uit Bonanza lijkt te komen een nostalgisch moment voor oude tv-zielen. Daarna volgen vlottere wegen met zalig bochtenwerk. Riksken grijpt zijn kans bij een tankstation met self-carwash: zijn GS wordt vakkundig afgespoten en zijn bijnaam “Proper Riksken” is definitief.
Ons hotel in Balmaseda is een schot in de roos: authentiek, bovenop een berg met een machtig uitzicht. De eigenaar (oud-renner, Vuelta-veteraan en fan van België)–ontvangt ons hartelijk. Spaans is de enige voertaal, maar het diner spreekt boekdelen: heerlijke Baskische klassiekers, waaronder een zalige kabeljauwschotel. Eén detail blijft hangen: de kamersleutels zijn vastgemaakt aan een enorm blok hout. Compact? Allesbehalve. Charmant? Absoluut.
Rondjes, rivieren en Riksken de gids
Het ontbijt begon vandaag met een kleine verrassing: Proper Riksken presenteerde braambessen. Een special die meteen zorgde voor een vleugje extra energie al had niemand het durven voorspellen dat de dag zelf net zo eigenzinnig zou verlopen. We vertrokken onder een stralende zon, bij 19 graden. Ideaal motorweer: droog, niet te koud, niet te warm. Boven de 27 graden wordt het al gauw minder comfortabel, maar vandaag bleven we mooi in het midden. De koude-kleumen die mij vergezellen waren duidelijk minder gewend: hun dikkere en meerlaagse kledij sprak boekdelen. Alles is persoonlijk… Batzarki was een buitenbeentje onder de hotels. Authentiek, met een patroon die driemaal meereed in de Vuelta en België kende als wielrennatie. Jammer dat de conversatie stroef verliep: hier wordt enkel Spaans gesproken, en ook de kleindochter had het Engels of Frans niet in de vingers. In Spanje meer regel dan uitzondering.
Dan het vertrek: fout nummer één. Het verkeerde rondpunt genomen. Nog eens. Terug naar het hotel. Dan pas de juiste richting. Twee kilometer verder opnieuw vastgereden en weer terug. Conclusie: wegenkaarten en gps’en zijn niet altijd 100% betrouwbaar. Gelukkig maakte de rest van de tocht veel goed. Het grootste deel ging via kleinere bergwegen en piepkleine dorpjes. We werden opnieuw getrakteerd op indrukwekkende uitzichten, grote rotspartijen en gigantische bergtoppen. Een waar festijn voor het oog en de camera van De Langen, die onophoudelijk filmde. Het laatste kwartier van de rit dreigde spannend te worden: een plotse temperatuurdaling, koude wind, miezerige druppels op het scherm en donkere wolken boven ons. Maar net voor het onweer losbarstte, bereikten we ons hotel. Gelukkig droog, en dat via een weg langs een enorm meer of stuwmeer, een waardig slotstuk van de dag. Proper Riksken reed vandaag het grootste deel voor en deed dat uitstekend. Ik en Den Dikken zijn hem, maar ook De Langen, dankbaar dat ze deze taak dagelijks op zich nemen. Zelf zouden we er niet aan beginnen. En De Langen? Die filmde voort…

“Koeien op de weg en gieren in de lucht.”
We namen afscheid van Hotel El Golobar. Voor ons lag een tocht van 253 kilometer, die we na 5 uur en 38 minuten rijden afsloten bij ons volgende verblijf: Hotel Cerro La Niña. Het werd een dag van extremen: van een frisse 10 graden in de ochtend tot een snikhete 30 graden in de namiddag. Het decor was onophoudelijk indrukwekkend: van het ene regionale park reden we het andere binnen. Steeds wisselende panorama’s, met bergketens die trots oprijzen, grillige rotsformaties en valleien die eindeloos lijken. Op de smalle wegen moesten we vaak rekening houden met onverwachte obstakels: koeien en paarden die rustig de weg innamen alsof ze er al eeuwen de baas waren. Voeg daar nog wat wegenwerken aan toe, en het plaatje was compleet. De natuur was soms adembenemend, maar ook confronterend. We zagen uitgestrekte stukken drooggevallen rivierbeddingen, kilometerslange stuwmeren die tot de bodem leeg waren en recente brandhaarden die soms tot vlak bij de huizen reikten. Een landschap getekend door droogte en vuur. Onderweg passeerden we een hotel dat we nog herkenden van een vorige reis, een moment van herkenning dat ons even deed terugblikken. Ik was er toen in geslaagd mijn rode gsa 1200 op de steile helling naast het hotel neer te leggen, gelukkig zonder grote schade. Hoog in de lucht cirkelden opnieuw de gieren, alsof ze ons stap voor stap volgden. Op de grond kruiste een bok ons pad, een eigenzinnig accent op een dag die al bol stond van contrasten. Tegen 17.30 uur bereikten we eindelijk Cerro La Niña, ons volgende basiskamp. Een verademing na een dag die tegelijk zwaar, mooi en verrassend was.

“Nutella en neanderthalers.”
Vandaag hielden we grotendeels een rustdag in ons prachtig hotel Cerro La Niña. Het hotel verraste opnieuw: typische kamers, een speelse structuur met terrassen en eigenzinnige niveaus, en vooral een ligging om u tegen te zeggen: uitkijkend over het dal en de machtige keten van de Picos de Europa. Het gebouw zelf ademt de Asturische bouwstijl: rustieke gevels in natuursteen, daken in leisteen, terrassen en niveaus die zich perfect inpassen in de berghelling. Binnen gaat die lijn verder met veel hout, warme kleuren en een landelijke maar tegelijk comfortabele sfeer. Alles ademt authenticiteit, zonder te vervallen in kitsch. De dag begon al magisch met een prachtige zonsopgang, gevolgd door een rijkelijk ontbijt. Althans voor drie van ons. Ikzelf moest wegens mijn koolhydraatarme levensstijl de lekkernijen laten passeren: croissants, verschillende soorten cakes en vooral die grote pot Nutella die verleidelijk midden op het ontbijtbuffet stond. Water in de mond, maar ik hield stand. Het werd een dubbel spiegelei met bacon, gebakken voor mijn ogen. De Langen had een korte surpriserit voorzien. Hoe hij aan zijn ideeën komt blijft een raadsel, maar deze keer bracht hij ons naar de Tito Bustillo Cave in Ribadesella.
Een grot die bekendstaat om zijn prehistorische grotschilderingen van paarden, rendieren en bizons, zo’n 14.000 jaar oud. UNESCO-werelderfgoed én een fascinerende blik in het leven van de Cro-Magnonmens. Voor even beschouwden wij onszelf als plaatselijk verkeer, terwijl we letterlijk door de grot reden. De terugrit bleek minstens even verrassend: smalle en steile bergbaantjes die ons stuurwerk op de proef stelden en ons tegelijk een puur motorgenot bezorgden. Een rustdag in kilometers, maar niet in ervaringen.
“Van grijze nevel naar gouden zonnestralen.”
De ochtend begon in een sluier van grijze mist. Geen vurige zonsopgang, geen panorama’s om bij weg te dromen: enkel een dikke deken van nevel. Toch bleek dit geen somber voorteken. Bij ons vertrek had de mist zich al hoog boven de bergen opgetrokken, alsof ze ons bewust de weg wilde vrijgeven. Nog geen uur later brak de zon door, de stralen priemden als gouden speren door de wolken en verwarmden de dag in een oogwenk. Onze route slingerde zich door een canyon die een mens nederig maakt. Links torenden loodrechte rotswanden op, donker en massief. Rechts doemde de diepte op, met daar beneden een riviertje dat in stilte zijn eeuwenoude werk voortzette: steen na steen wegslijten, tot de kloof tientallen meters diep was uitgesneden. Het spel van licht en schaduw in die dieptes, het geluid van water dat haast onzichtbaar kolkte, en de geur van vochtig gesteente maakten de rit haast mystiek. Je reed er niet zomaar doorheen, je werd erdoor opgeslokt.
Omdat we kozen voor een verkorte route, stond de tijd vandaag aan onze kant. Al vroeg bereikten we Hotel Rural Monasterio de Ara Mada in Santa Colomba de las Arrimadas. Daar werden we ontvangen door een eigenaar die niet alleen glimlachte, maar ook de motoren mee de binnenkoer op loodste alsof het zijn eigen trots was. Het hotel zelf ademt geschiedenis: een voormalig klooster, nu omgetoverd tot een rustiek toevluchtsoord. Gevels in natuursteen, houten balken en terrassen die meeglijden met het berglandschap. Binnen heerst stilte, de kamers zijn eenvoudig maar verfijnd, en overal voel je de charme van authenticiteit. Hier geen toeristische drukte, enkel rust en een vleugje sacraliteit. Alsof de monniken hun zegen hebben achtergelaten.

Van hondenstreken tot een eerste Portugese Pedras
Wat als je maandenlang je droomreis voorbereidt, en dan vlak voor het hoogtepunt moet afhaken? Het overkwam vandaag De Langen en Den Dikken.
Je leest het binnenkort in deel 2 van het grote Portugese Moto-Avontuur










Evert
Delen doe ik niet, in het verleden hebben teveel mensen daar misbruik van gemaakt. Sorry daarvoor.
Met vriendelijke groeten
Koen
Prachtig verhaal, een genot om te lezen.
Ben benieuwd naar deel 2.
Inderdaad, zeer mooi verwoord, een leuke aanzet voor volgende dinsdag 14/10 de ROUTE 66 PORTUGAL aan te snijden, vertrekkend vanuit Calpe
Doet je dromen en smachten naar de zomer… Heb zelf ook een vergelijkbare route gereden en weet hoe mooi het is. Mooi geschreven trouwens!
Mooi verhaal.
Ben zeer benieuwd naar het vervolg.
Groetjes Eric
Prachtig geschreven, je wordt meegezogen in het verhaal, als of je zelf deelneemd aan deze bijzondere reis. Chappau !
Op naar deel 2, gr. Ace
Hey , lijkt me ook wel eens om doen het mooie spain
Ook geïnteresseerd in deze route
Ben wel al 2 maal noord spain aangedaan maar toch weer andere routes gedaan.
Mooi om te volgen👍
Schitterend precies, ik krijg er goesting van….
Knap opgemaakt reisverslag! Proficiat.
Wij zijn nu ook pas terug van een motor trip door Portugal. Wel niet zo veel off road gereden.
Mooi verhaal gedeeltelijk bekent.
Kunnen jullie de gereden route op deze site zetten zodat ik die kan downloaden en zelf rijden in het voorjaar.
Bij voorbaat mijn dank
RvdL
Als ik aan het lezen ben zie ik het zo voor mij al die mooie baantjes al zijn ze niet allemaal voor de RT denk ik
Doenbaar met een RT hoor, de duo zou ik wel thuislaten dan.
Mvg
Koen ( alias: De Langen )
Prachtig geschreven verslag. Ik kijk uit naar het vervolg.
Wat een mooi verslag !
Jullie hebben wel erg mooie dingen gezien en meegemaakt. En met de nodige humor geschreven !
Ook ik krijg zo zin om deze reis te maken. Ook van mij de vraag of in deel 2 een gpx- bestand mee kan.
Erg benieuwd naar deel 2.
Mvg, Ron (Nikkel)
Geweldig om mee te lezen! 😄 GPS-kuren, tankstress en gravillons… da’s pas écht motorrijden. Respect voor de kilometers én voor de pinten achteraf. Blijf zo doorgaan, ridders van de weg! 🏍️🍻
Mooi verslag en een mooi avontuur! Hebben jullie ook de gpx beschikbaar? Misschien ga ik de route ook rijden.
Mvg Koen
Inderdaad een leuk verslag en klinkt als en prachtige route. Die GPX interesseert me ook wel.
Een topreis, één van de betere, zoniet de beste die ik ooit getekend heb.
Mvg
Koen ( alias: De Langen )
Het ziet er ook echt geweldig uit! wat jammer dat jullie het samen niet af hebben kunnen maken. Zit er nog een herkansing in?
Hoop doet leven 😇
Is de GPX van deze reis ook beschikbaar? Ik ga ongeveer dit rijden in juni 2026. Delen heb ik al eens gereden (o.a. Andorra en Bardenas Reales).