Voor veel motorrijders voelt een eerste circuitdag of een Ducati Panigale, als iets dat nog “ooit” komt. Iets voor de snelle jongens en meiden, voor wie al jaren ervaring heeft, of misschien zelfs voor een heel ander soort motorrijder dan jijzelf. Maar in de praktijk blijkt die drempel vaak vooral tussen je oren te zitten. Dat merkte ik zelf toen ik voor het eerst het asfalt van TT Circuit Assen opreed, rijdend op een Ducati Panigale.
Een droom die eigenlijk te groot leek
Eerlijk is eerlijk: rijden op een Ducati Panigale was voor mij altijd al een droom. Sterker nog: het was ooit zelfs één van de redenen waarom ik mijn motorrijbewijs wilde halen.
Gek genoeg is het daar jarenlang nooit echt van gekomen. Uiteindelijk bleef ik hangen bij een Harley. Totaal iets anders maar ook met z’n eigen charme en beleving, al voelde dat voor mij op dat moment vooral wat veiliger en comfortabeler. Het circuit bleef daardoor iets uit een andere wereld. Iets voor “echte” snelheidsduivels, niet voor iemand zoals ik. Zeker omdat ik überhaupt nog nooit op een echte racer had gereden.
Wat ik nog niet goed besefte: je hebt helemaal geen racer of superbike nodig om op het circuit te rijden. Ook met een “gewone” motor kun je prima je eerste stappen zetten. Ook de Ducati Multistrada’s kwamen voorbij over het circuit gevlogen. Op deze dag stonden bovendien ook verschillende Ducati’s klaar waar je je op kon inschrijven om ze zelf te proberen. Wel was dit een speciale Ducati-dag, maar er zijn ook genoeg andere trackdays waar meerdere merken welkom zijn.
Wel begonnen we op de Ducati Panigale V2. Dat bleek een perfecte motor om kennis te maken met het circuit. Sportief genoeg om het echte superbikegevoel te ervaren, maar tegelijk toegankelijk en voorspelbaar voor een eerste trackday.
Juist daarom maakte deze ervaring zoveel indruk. Want waar het eerst onbereikbaar leek, bleek het in de praktijk verrassend haalbaar.

Eerste keer circuit: spannend, maar vooral leuk
De aanloop naar zo’n dag is eerlijk gezegd het spannendst. Vragen schieten door je hoofd: ga ik niet in de weg rijden? Is het niet te snel? Kan ik het niveau wel aan? Zeker zonder enige circuitervaring voelt het als een grote stap.
Maar zodra je de pitstraat uitrijdt, valt er meteen iets op: het is verrassend toegankelijk. Geen chaos, geen druk om te presteren maar gewoon rijden, leren en vooral genieten. Het circuit is breed, overzichtelijk en biedt veel meer ruimte dan de gemiddelde openbare weg. Dat alleen al geeft rust.
Een goede voorbereiding is het halve werk
Wat achteraf ook echt een aanrader blijkt, is om vooraf al een training te volgen. Bijvoorbeeld een bochtentraining van de KNMV. Zo leer je beter kijken, strakkere lijnen rijden en meer vertrouwen krijgen in bochtenwerk.
Dat soort basisvaardigheden maken de overstap naar een circuitdag een stuk makkelijker en zorgen ervoor dat je vanaf de eerste sessie meer ontspannen op de motor zit. Je hoeft absoluut geen expert te zijn, maar een beetje voorbereiding helpt enorm om sneller vertrouwen op te bouwen.

Goede begeleiding maakt het verschil
Wat deze eerste ervaring echt geslaagd maakte, was de begeleiding van Trackdays4all. Vanaf de briefing tot de sessies op de baan: alles was duidelijk en laagdrempelig opgezet.
Beginnende rijders worden ingedeeld in een rustige groep, met instructeurs die je helpen met lijnen, rempunten en houding. Geen overweldigende theorie, maar praktische tips waar je meteen iets aan hebt. En misschien nog belangrijker: een ontspannen sfeer waarin fouten maken gewoon mag.
Verrassend goed te doen zonder ervaring
Misschien wel de grootste verrassing van de dag: hoe goed te doen het allemaal is zonder enige circuitervaring en zelfs zonder ooit op een racer te hebben gereden. Natuurlijk is het even wennen: andere lijnen, later remmen, sneller accelereren maar het leerproces gaat razendsnel.
Na een paar sessies merk je al verschil. Bochten gaan vloeiender, je kijkt verder vooruit en het vertrouwen groeit met elke ronde. Het gevoel dat je jezelf zichtbaar verbetert, maakt het enorm verslavend.
Lees ook: Starten met circuit rijden – Motor & kleding

Meer dan alleen snelheid
Wat een circuitdag uiteindelijk zo leuk maakt, is dat het niet draait om topsnelheid. Het gaat om controle, techniek en plezier. Je leert je motor beter kennen, ontwikkelt je rijvaardigheid en rijdt in een omgeving die daar perfect voor is gemaakt.
En misschien nog wel het belangrijkste: het is gewoon ontzettend leuk. Een eerste circuitervaring op TT Circuit Assen met een Ducati Panigale klinkt als iets voor gevorderden, maar blijkt verrassend toegankelijk. Zeker als je ooit nieuwsgierig was naar sportmotoren, misschien zelfs droomde van een leven als een soort Rossi op het circuit, maar er uiteindelijk nooit echt werk van hebt gemaakt. Met de juiste begeleiding, zoals die van Trackdays4all, én een goede voorbereiding via bijvoorbeeld de KNMV, is het zelfs voor beginners een aanrader.
Twijfel je nog? Dan is dit misschien het zetje dat je nodig hebt. Want één ding is zeker: na je eerste trackday wil je meer.
Foto’s door: wegraceinfo

een artikel over de ducati panigale op circuit terwijl ik iets over abs en systemen verwacht
Moet je echt een met een VFR800Fi of een CBR1000RR rijden zonder als die hulpsystemen. Of een getunde VFR1200F met over 200PK maar dat is een echte raket. Trekt zo enorm hard dat je er bijna afvalt! Rijden met hulpsystemen betekend dat je zonder niet kan rijden. Rij eens met een VFR800Fi waar 1 tandje af is aan het tandwiel, dan weet je echt niet wat je overkomt. Ook leuk, ga een bocht in en ga in de remmen, en kijk dan vooral niet naar waar je wil gaan. Wedden dat de meesten crashen? Je moet jezelf bv trainen in bocht pakken ongeacht naar waar je kijkt….om kort te gaan, leer STUREN en leer wat er gebeurt als je banden beginnen te glijden. Want als je dan can corrigeren, dan kan je rijden. De rest doe ik af als onzin, rookies die denken dat ze kunnen rijden. Maar wel gaan crashen. Kunnen rijden is een kunst, geen computers die je gaan redden, want die doen de domste dingen WAARDOOR je crashed!
Bedankt Bas; jouw reactie maakt dit een interessant artikel!
Groet,
Theo