Ben jij net als Ad gek van motoren en wil jij jouw passie delen op Motorrijders.nl? Meld je dan aan via ons aanmeldformulier!
Motorrijders.nl is er niet alleen voor, maar ook dóór motorrijders. We delen een passie en daarom ook jouw passie! Wij nemen je mee in het verhaal van Ad Heijkants en zijn passie voor motorrijden.

- Naam:
- Ad Heijkants
- Leeftijd:
- 70 jaar
- Woonplaats:
- Wijchen
- Huidige motor:
- Ducati Scrambler Desert Sled 800
Hoe lang rijd je motor en wat is het dat je zo aantrekt in motorrijden?
Al bijna 40 jaar Ducati, maar met een paar zijstapjes. Het gevoel dat je kunt gaan en staan waar je wilt en voeling hebt met alles om je heen, In de auto zit je toch opgesloten in je eigen blikje en als gevolg daarvan maak je veel minder snel contact met andere mensen als je even uit dat blikje stapt.
Welke motor ben je mee begonnen en welke uitstapjes heb je gemaakt?
Voor mij begon motorrijden met sleutelen aan 50cc-crossertjes toen ok 14 of 15 was. Op mijn 16e wilde ik dan ook iets wat op een motor leek. Dat werd een Garelli, want met een beetje handigheid haalde je ruim 80 km/uur.
Dan moet je in dienst, want dat bestond toen nog en daarna studeren in Nijmegen. In beide situaties te weinig geld voor een motor. Maar ik kocht in de zeventiger jaren (jaar weet ik niet meer precies) een Jawa 350 die jarenlang niet had gelopen, om aan de gang te krijgen. Dat lukte en toen de Jawa te veel mankementen kreeg, werd het een Honda CB550F gevolgd door een CX500C.
Vervolgens komt het moment dat je een motor met wat meer “beleving” wilt. Een Ducati stond voor mij op nummer één; ik kende de koningsassers natuurlijk, maar Ducati bestond bijna niet meer! In 1983 werden er nog geen 4000 Ducs verkocht en in 1984 minder dan 2000. Het merk was op sterven na dood.
De Castiglione -broers redden Ducati door van alles wat nog in het schap lag onder de naam Cagiva in elkaar te schroeven en te verkopen. Dat leverde mooie machines op. Bekendste natuurlijk de Elephant 900 met Dakar-successen, maar ook de Alazurra voor minder zand-georiënteerde liefhebbers. Zo’n Alazurra leek me wel wat. En zowaar in Nederland in 1987 ook nog te koop.
Je kon de 350 en de 650 Alazurra bestellen, maar de 650 was zomaar 3000 gulden duurder, Voor mij te veel, maar daar wist men is Oisterwijk een oplossing voor: “Je koopt de 350, rijdt er minimaal 1000 km mee om alles los te maken en dan bestel ik intussen cilinders / zuigers met een grotere boring en ga ik de koppen aanpassen.” Dat alles voor 1000 gulden extra. Resultaat 525cc (550 genaamd) en nauwelijks minder vermogen dan de 650, maar wel minder koppel. Beschuitbus onder de tank weg, K&N op de carburateurs, andere sproeierbezetting, uitlaten aanpassen en ok!
Ik heb de Cagiva 8 jaar gehad, Ik ben er onder andere mee naar Italië gereden en heb de motor netjes onderhouden zoals het jaarlijks controleren van de riempjes en de spanrolletjes ervan bijstellen. Die bleken op die manier best lang mee te gaan. Maar te weinig er mee gereden: een paar verhuizingen, medische problemen en een kind kostten veel tijd.

Een Italiaans zijstapje.
Naast motoren vind ik (industrieel) design ook wel interessant. Veel mensen zullen Philip Starck kennen van diverse (soms eivormige) ontwerpen. Wat niet iedereen weet, is dat Starck een Duc SS900 in zijn huis had staan, omdat hij juist die een toppunt van techniek in combinatie met vormgeving vond. Hij wilde heel graag zelf ook een motor ontwerpen. En toen hij bij Aprilia de kans kreeg, wilde ik die motor hebben: de Aprilia Motó 6.5. Starck kon die motor ontwerpen als hij maar gebruik maakte van een aantal bestaande onderdelen, zoals het motorblok van de Pegaso. Starck slaagde er in nog veel eivormige onderdelen toe te voegen (tot aan de raampjes van de analoge tellers toe). Ik vond het een geslaagd ontwerp: helaas in motortechnische zin niet. Techniek was ondergeschikt aan design en er viel heel wat aan te verbeteren. Daar heb ik me met mensen van de Aprilia-club en met hulp van Startwin behoorlijk op uitgesloofd.
Uitgesleuteld en ook uitgekeken op het eencilinderblok ging ik uitkijken naar iets anders. Proefrit op een Monster 600 maakte niet veel enthousiasme bij mij los (beetje tam). Dat veranderde toen de M 620i.e. kwam. Proefrit en meteen verkocht, maar op dat moment moeilijk leverbaar en al helemaal niet met een bronskleurig frame, wat ik graag wilde. Rondje bellen en wat bleek: in Oisterwijk stond er nog eentje. Een tevreden mens! De tevreden mens, die 1 meter en 86 centimeter lang is, begon al snel steeds meer moeite te krijgen met de afmetingen van de Monster. Protesterende knieën vooral. Ander stuur en andere voetsteuntjes losten het probleem niet op dus: Wat is een comfortabelere Ducati die ook nog te betalen is?
Ik had al wel eens op een Multistrada gereden (het oude model), maar qua vermogen en prijs hoefde het voor mij geen 1000 of 1100 te zijn. Ik was tevreden met het 620-blok en gelukkig bestond er ook een Multi met dat blok. Veel betere zit voor een lang mens en ook nog genoeg ruimte voor een passagier en/of bagage. Ik denk dat dit de enige motor is waar ik nooit veel aan veranderd heb behalve het monteren van een kettingsmeersysteem en een bagagerekje en dan denk je …. die blijft. Een jaar of 4 was dat zo.

En een Engels zijstapje
Intussen was in Engeland Truimph weer tot leven gekomen en toen de Tiger 800 op de markt kwam, moest ik die gezien hebben. Snel een proefrit aangevraagd, waardoor ik een van de eersten was. Rijden… en wat een mooi blok. Trekkracht zonder trillingen overal, zonder te hoeven schakelen en een in hoogte verstelbaar zadel.
Maar onvermijdelijk weer Ducati
Toch kwamen er na een paar jaar weer Ducati-kriebels en maakte ik een proefrit op een opgeknapte Elephant 900. Meteen weer weg van dat Ducati-blok. Je voelt dat er iets gebeurt in de motor. Toen wist ik meteen dat ik de Triumph te beschaafd was gaan vinden. Helaas zat ik ook niet lekker op die Elephant; te veel op het voorwiel voor mijn gevoel en een zadel dat er voor zorgt dat je steeds weer naar voren schuift. De verkoper had er weinig vertrouwen in dat dat goed aangepast zou kunnen worden.
Inmiddels reed ik al weer 4 jaar op de Tiger op het moment dat de Scrambler werd aangekondigd. Ik was wel nieuwsgierig, maar had geen afspraak gemaakt op te kunnen proefrijden in een introductieweekend. Nu regende het flink op de die dag en ik besloot toch even te gaan kijken. Bijna iedereen was niet komen opdagen voor een proefrit, dus ik kon meteen de weg op. Terug was natuurlijk de vraag of ik die motor zou willen kopen. Mijn antwoord was dat ik daar niks voor voelde, omdat zadel te laag was en met een rare ribbel er in zodat je niet kon gaan verzitten. Een ander zadel was natuurlijk nog niet te krijgen en dus zeiden ze in Overasselt: “Als we het zadel zo kunnen aanpassen dat je goed zit, zou je m dan wel willen kopen?” Het zadel is 2 of 3 keer terug geweest naar degene die het moest aanpassen en toen had ik het gevoel dat het goed genoeg was. Dus een rode Scrambler Icon gekocht, maar wel met classic-spatborden en later nog een Virex-uitlaat en een klein bagagerekje.
Leuk is dat je op een motorforum de verhalen leest van mensen die ook al snel zo’n nieuw model hebben gekocht. En op een gegeven moment stelt iemand voor dat we elkaar toch eens moeten ontmoeten. Dat leidde tot een rondje met 5 Scramblers door Brabant, gevolgd door weekendjes Duitsland en Luxemburg. Een paar van die mensen zie ik nog regelmatig om een rondje te rijden. Dat is te zien op de foto met de zwarte, de gele en de rode.

Op de Icon bleek ik na een tijdje toch nog niet lekker te zitten ondanks verlaagde voetsteuntjes en het aangepaste zadel. De motor was ook wel klein voor mij, waardoor collega’s zich afvroegen wat ik nu voor n brommertje had gekocht. Op internet ontdekte ik dat iemand in Australië zelf was gaan experimenteren met het zadel en er een verhoogd opblaasbaar zadel van had gemaakt. Je wurmt heel voorzichtig een binnenband van een fiets in lussen tussen de bodemplaat en de vulling van het zadel en je zorgt dat het ventieltje vooraan uitsteekt. Dan kun je bijpompen om het zadel nog een beetje hoger te maken. Dat lukte!
Uiteindelijk wilde ik toch een motor waar ik wat ruimer op kon zitten en ik ging proefritjes maken. De zit op een Guzzi TT en een Benelli TRX was prima, maar het karakter van die motorblokken sprak mij niet aan. Andere motoren vielen meteen af na er even op te gaan zitten. Vervolgens zag ik een gebruikte Desert Sled staan. Die toch maar ns even proberen, maar ook daarvan viel de zit me tegen. Tot ik terugkwam en een medewerker tegen mij zei: “Zet nu je eigen aangepaste zadel er eens op en ga nog eens rijden”. Dat bleek een serieuze verbetering en ik bedacht de verlaagde stepjes er ook nog bij: Prima. Die occasion wilde ik echter niet hebben, want dat was er een met goudkleurige wielen en als ik ergens niet van hou, is het wel poetsen. Dus heb ik een nieuwe besteld met zwarte wielen; oude zadel en stepjes er op, rekje verwisseld en de motor past me prima tot nu toe.
Ik heb vorig jaar nog wel een proefrit gemaakt op de Desert X, maar die overtuigde mij niet. Loopt wel mooi; de extra’s die op zitten hoef ik niet. En zoals de mensen van de winkel opmerkten: “Er is toch ook niks mis met je Desert Sled, zoals die er nu bij staat”. Kortom: daar houd ik het voorlopig bij!
![]()
Als wat voor soort motorrijder zou jij jezelf omschrijven?
Vroeger gebruikte ik de motor ook regelmatig voor woon-werkverkeer. Dat scheelde soms wel heel veel tijd tijdens het spitsuur. Nu ben ik voornamelijk een toerrijder, die het ook al erg leuk vindt om routes op de kaart te zoeken. Vroeger nog uitgeschreven met een routerol op het stuur. Dat hoeft nu niet meer, maar routes op de navigatie maak ik nog heel graag zelf.
Wat was je meest memorabele moment met de motor?
Een moment is moeilijk te noemen, maar de reis met mijn vrouw achterop naar Sarajevo is me wel heel goed bijgebleven. Dat was in de tijd dat Joegoslavië nog bestond en je maar moest zien waar je nog benzine kon krijgen. Waar een klein jongetje een stuk van een handvat van de motor heeft afgebeten om als kauwgum te gebruiken. Waar je in de bergen heel goed moest opletten waar de bestrating ineens ophield en waar je op doorgaande wegen er rekening mee moest houden dat automobilisten altijd voorrang dachten te hebben. Wat ook meespeelt in mijn herinnering is dat we op plaatsen kwamen die een paar jaar later compleet aan flarden werden geschoten, zoals de bekende brug bij Mostar.
Ik lees iets terug over Italië en weekendjes weg, wat is tot nu toe de mooiste reis die je gemaakt hebt op de motor?
De mooiste reis was misschien wel over alleen maar binnenwegen naar Portugal. Daar besloten we alle kustwegen tot aan Nederland terug te volgen, wat we ergens in Frankrijk maar opgegeven hebben, omdat ik toen geen zin meer had in een nieuwe achterband. De kronkelroutes langs de Spaanse noordkust waren echt verrassend mooi.

Gaaf verhaal en motorfiets belevingen en natuurlijk de Star van de Twin Hoog gehouden, mooi verhalen over hoe je het onderste uit de kan bij diverse motorfietsen heb opgezocht !
Wat een leuk verhaal. Ik ken Ad al sinds de lagere school. En kan me Ad zonder tweewieler met motorblok niet herinneren. Was altijd bezig om hetgeen waar hij op reed te verbeteren, maar mocht maximaal 2 wielen hebben. En dat lukte altijd. Ben benieuwd naar zijn volgende motor. Hou je haaks Ad.
Een heerlijk verhaal van begin tot het einde, van mij mag hij een boek schrijven .
Hoi Ad,
Heel mooi verhaal over jouw motorverleden, waar ik natuurlijk wel eens tijdens onze motortochten over heb gehoord.
Ik rijdt nu net als jij op een Ducati. Wel iets zwaarder dan de Scrambler van jou, een Multistrada V4S. En ik moet je gelijk geven de Duc die nu heb is de fijnste motor die ik heb gereden tot nog toe. Ik heb best wel fijne motoren gereden. FJR een paar VFR’S en een paar V65 Magna’s.
Met vriendelijke groet,
Andere Ad