Blijf op de motor zitten
Er zijn van die momenten in je leven die je nooit vergeet. Voor mij gebeurde dat ergens rond mijn twaalfde. Ik zat achterop de Suzuki GSX-R 1100 van mijn vader. Hij keek even om en zei: “Hou je vast, jongen.” Daarna draaide hij het gas open.
Ik vloog bijna van die motor af.
Dat gevoel is nooit meer weggegaan.
De liefde voor motoren begon bij mijn vader
Mijn vader was degene bij wie ik als jochie achterop mocht. Zoals ieder kind keek ik tegen hem op. Motoren waren altijd aanwezig. Hij reed onder andere een Suzuki GT750 uit de jaren zeventig en later een GSX-R 750 en GSX-R 1100 uit de jaren negentig.
Mijn moeder reed trouwens ook een tijdje motor, een Suzuki GSX-F 600. Mijn ouders gingen regelmatig naar motormeetings en soms mocht ik mee. Achterop, tussen al dat grote-mensenspeelgoed. Overal kijken, luisteren en vooral veel indrukken opdoen.
Een andere herinnering die me altijd is bijgebleven? Mijn examenuitreiking. Mijn vader kwam op de motor en draaide doodleuk een burn-out op het schoolplein. Als jochie vond ik dat natuurlijk het allermooiste wat er bestond.
Maar mijn vader speelde niet alleen een rol in het rijden. Hij had ook een belangrijke ‘sleutelrol’. Toen ik zelf scooter ging rijden, begon ik steeds meer aan mijn eigen tweewieler te sleutelen. Daar ontstond de liefde voor techniek. Al betekende dat thuis ook regelmatig discussie omdat ik zijn gereedschap gebruikte en vervolgens vergat terug te leggen.
Een motorrijbewijs dat even op zich liet wachten
Op mijn negentiende wilde ik mijn motorrijbewijs halen. Alleen liep dat niet helemaal zoals gepland. Ik zakte een paar keer, het geld raakte op en uiteindelijk verdween het plan voor veel te lange tijd naar de achtergrond.
De liefde voor motoren bleef ondertussen gewoon bestaan.
Toen ik mijn vrouw leerde kennen, kwam het opnieuw dichtbij. Mijn schoonmoeder haalde in die periode haar motorrijbewijs. Op een Harley nog wel. Iedere keer dat die motor gestart werd of ze ermee kwam aanrijden, begon het weer te kriebelen.
Ik wist het eigenlijk meteen: ik moet dit zelf gaan doen.
Uiteindelijk hebben mijn vrouw en ik vijf jaar geleden tegelijk ons motorrijbewijs gehaald. Ik was toen dertig. Beter laat dan nooit.
Mijn eerste motor moest eigenlijk een GSX-R worden
Voor mijn eerste motor had ik eigenlijk maar één model in mijn hoofd: een Suzuki GSX-R uit 2012. Blauw-wit, natuurlijk. Net als mijn vader vroeger GSX-R reed. Voor mij was dat dé motor.
Alleen bleken de eerste drie exemplaren waarop ik een proefrit maakte allemaal iets te mankeren.
Toen kwam mijn vader ineens met een andere motor aanzetten.
“Kijk eens.”
Het was een Kawasaki Ninja 636.
Eigenlijk wilde ik helemaal niet afwijken van mijn GSX-R-plan. Maar na één proefrit op de Ninja was ik verkocht. Het werd mijn eerste motor en inmiddels kan ik me nauwelijks voorstellen dat hij ooit weggaat.
Ik heb daarna ook nooit een andere motor gehad. Mijn vrouw heeft inmiddels verschillende motoren gereden, maar ik ben nog steeds verknocht aan mijn Ninja.
Samen met mijn vader de Ninja opnieuw opgebouwd
Inmiddels ziet de Ninja er behoorlijk anders uit dan toen ik hem kocht. Ik heb hem volledig zelf gewrapt in Rushing Riptide van Avery. Een geweldige kleur, maar vooral een gruwelijke klus.
Ook dat project deed ik samen met mijn vader.
Dat klinkt misschien simpel, maar voor mij betekende het meer dan alleen samen aan een motor sleutelen. Mijn vader en ik hebben niet altijd een goede relatie gehad. In mijn jeugd zijn dingen gebeurd die niet fijn waren en dat heeft lang tussen ons in gestaan.
Juist daarom was het bijzonder om samen in zijn schuur te staan, de Ninja op de motorbrug, en stap voor stap die motor te wrappen.
Het voelde ergens ook helend. Alsof we allebei konden constateren: kijk, we kunnen op een goede manier samen iets maken.
Dat traject heeft de motor voor mij alleen maar waardevoller gemaakt. Het is niet meer alleen mijn eerste motor. Er zit inmiddels een heel verhaal aan vast.
17.000 toeren blijft verslavend
En los van alle emotionele waarde is het natuurlijk ook gewoon een fantastische machine. De Ninja 636 is snel, scherp en speels. Maar het mooiste blijft voor mij het geluid wanneer het blok richting de 17.000 toeren gaat. Daar kan weinig tegenop.
Motorrijden zelf is voor mij het tegenovergestelde van het dagelijks leven als ondernemer. Geen agenda’s, geen telefoon, geen overvolle inbox en geen zevenzitter met kinderen achterin die ruzie maken over Spotify.
Alleen de weg.
Zodra ik mijn helm opzet en ga rijden, wordt het stil in mijn hoofd. Problemen worden kleiner en ideeën worden scherper. Op de motor bestaat er even geen ruis.
Voor het eerst de grens over
Mijn mooiste rit tot nu toe was de Ardennen in 2025. Het was de eerste keer dat ik met de motor echt verder van huis ging dan Nederland.
De combinatie van de wegen, het uitzicht en de tijd met andere motorrijders maakte veel indruk. Daar ontdekte ik pas echt hoe leuk het is om met de motor nieuwe gebieden te verkennen.
Al zat er ook een iets minder glorieus moment tussen. Tijdens het parkeren zette ik de Ninja in het grind neer en liet ik hem vallen. Niet bepaald het hoogtepunt van de trip, maar achteraf hoort ook dat gewoon bij het verhaal.
Er staan inmiddels meer bestemmingen op mijn lijst. Isle of Man lijkt me geweldig, maar ook Schotland wil ik heel graag ooit met de motor ontdekken.
Van motorrijden naar Business Bikers
Motorrijden is ook onderdeel geworden van mijn werkende leven. Ik ben inmiddels twaalf jaar ondernemer en run mijn eigen adviesbureau AVBI, gespecialiseerd in merkidentiteit en organisatiecultuur.
Als ondernemer kwam ik regelmatig op netwerkbijeenkomsten terecht. Lauw bier, geforceerde gesprekken en visitekaartjes waar vervolgens niemand meer iets mee doet. Ik kreeg daar steeds minder energie van.
Tegelijk merkte ik hoe makkelijk gesprekken tijdens het motorrijden ontstaan. Daaruit ontstond Business Bikers: ondernemers die samen rijden, bij elkaar achter de schermen kijken en onderweg praten over ondernemen, maar net zo makkelijk over vaderschap, relaties of alles wat er daarnaast speelt.
Inmiddels bestaat de groep uit twintig leden. Geen motorclub met patches of hiërarchie, maar gewoon mensen die dezelfde passie delen.
Voor mezelf vat één uitspraak die combinatie van ondernemen en motorrijden eigenlijk perfect samen:
Blijf op de motor zitten.
Ook als het leven rommelig wordt. Niet in paniek raken, blijven kijken waar je naartoe wilt en vertrouwen houden.
Een Panigale naast de Ninja
Betekent mijn liefde voor de Ninja dat er nooit iets anders komt? Zeker niet. Ooit zou ik er graag een dikke cruiser naast zetten. En als geld en praktische bezwaren geen rol spelen, staat een Ducati Panigale V4 S uit 2020 heel hoog op de lijst.
Die motor heeft iets bijzonders. De uitstraling, de techniek, maar vooral de emotie die bij Ducati hoort. Toch zou die Ninja dan waarschijnlijk gewoon blijven. Want hoe mooi een Panigale ook is, weinig kan op tegen het moment waarop mijn eigen 636 richting de 17.000 toeren klimt.
En misschien zit juist daarin wel de echte waarde van mijn eerste motor. Mijn vader vond hem ooit voor me. We bouwden hem jaren later samen om. Ik maakte er mijn eerste grote motorreis mee en iedere keer als ik erop stap, brengt hij me terug naar waar het ooit begon.
Achterop bij mijn vader.
“Hou je vast, jongen.”
En gas erop.