Sommige motorreizen beginnen met een strak plan, een uitgestippelde route en een exact tijdstip waarop de eerste kilometers worden gemaakt. Deze niet. Om negen uur zou ik klaar zijn voor vertrek. In werkelijkheid stond ik ruim twee uur later nog te wachten op een TomTom die ineens vond dat er eerst een kaartupdate moest worden uitgevoerd.
Dat ik daarvoor ook nog even terug naar huis moest omdat er iets op tafel was blijven liggen, hielp niet bepaald. Rond half elf leek Tom eindelijk klaar. Dacht ik. Eerst moest er nog een kaart gekozen worden, waarna het hele feest opnieuw begon. Tegen de tijd dat ik bij Nicolle aankwam, lagen de croissants al op ons te wachten en durfde ik bijna niet meer naar dat apparaat te kijken. Om 11.20 uur was het dan eindelijk zover. We konden gaan.
Duitsland in: kilometers maken en Thüringer bratwurst
Door het late vertrek kwamen we die eerste dag minder ver dan gehoopt. De wil om door te rijden was er nog wel, maar de openingstijden van campings werkten niet echt mee. Omdat we de motoren graag naast de tent wilden hebben (er zat immers nog genoeg bagage in) moesten we op een gegeven moment gewoon een keuze maken.
Het grootste deel van de dag bestond uit snelwegkilometers. Pas in het laatste uur stuurde de TomTom ons binnendoor en begon het vakantiegevoel echt te komen. Heuvels, mooie vergezichten en wegen die eindelijk wat interessanter werden.
Niet veel later stond de tent. En toen rook het ergens verdacht lekker.
Vlak bij de camping hadden we een bord gezien met ‘echte Thüringer bratwurst’. Vijftig meter verder bleek een gezellige Grill Lounge te zitten. Worst, zoeteaardappelfriet en krulfriet verdwenen in recordtempo. Misschien omdat het echt zo goed was. Misschien omdat we inmiddels gewoon enorme trek hadden. Waarschijnlijk allebei.
Een ‘spannende route’ richting Tsjechië
De eerste nacht in een tent is bij mij zelden de beste. Ook deze keer niet. Toch begonnen we de volgende ochtend rustig, met koffie in het zonnetje. Het was tenslotte vakantie.
Ons doel: Tsjechië.
We vroegen TomTom om een spannende route en daar had hij blijkbaar ideeën bij. Al snel reden we over een weg die nauwelijks breder was dan een auto, met veel bochten en een wegdek dat niet had misstaan in de Ardennen.
Voormalig Oost-Duitsland bleek een mooie mix te bieden van beroerd asfalt, verrassend mooie wegen, kleine dorpen en steeds weidser wordende uitzichten. Aan het einde van de middag wilden we in ieder geval de Tsjechische grens nog over. Campings waren daar schaars, dus boekten we in Kraslice een pension.
Voor €38 met z’n tweeën. Inclusief een tweepersoonsbad waarvan de vormgeving enige fantasie bij de eigenaar moet hebben losgemaakt.
Na een lange dag op de motor was ons dat allemaal om het even. Warm water was warm water.
Zout in de koffie
De volgende ochtend wilden we vroeg vertrekken. Dat begon goed, totdat ik mijn eerste slok koffie nam.
Zout.
Nicolle had het aangezien voor suiker.
Geen probleem, nieuwe koffie dan. Alleen deed de waterkoker het niet. Sterker nog: er bleek helemaal geen stroom in het keukentje te zijn.
Gelukkig neem je op een motorreis blijkbaar precies de spullen mee die je pas nodig blijkt te hebben als niets anders werkt. Mijn kooksetje kwam uit de motor, water erop en niet veel later was er alsnog koffie. Met suiker deze keer.
Regenpak aan en richting Karlovy Vary, beter bekend als Karlsbad.
De route ernaartoe was prachtig. Bossen, slingerwegen en mooie uitzichten. In Karlsbad kreeg TomTom alleen opnieuw een creatief moment. Hij wilde ons een steil weggetje met natte basaltsteentjes af sturen. Het voelde alsof het dalingspercentage ongeveer vijftig procent was. Dat leek ons niet zo’n goed idee.
De omweg bleek slechts iets minder spannend. Steile afdalingen, scherpe bochten en een verkanting waar je behoorlijk wakker van werd. Beneden aangekomen parkeerden we de motoren maar even om zelf ook weer tot rust te komen.
Daarna wandelden we naar de warmwaterbronnen van Karlovy Vary, dronken koffie en vervolgden de reis richting Praag.

Praag: vooral heel veel verkeer
Praag bereikten we in de regen. Omdat we geen zin hadden om ’s ochtends een natte tent in te pakken, kozen we voor een eenvoudig huisje op de camping. Voor twee euro meer dan een kampeerplek hoefden we daar niet lang over na te denken.
De volgende dag reden we de stad in. Dat was een avontuur op zich.
Wegomleidingen, tunnels, stapvoets verkeer en uiteindelijk een parkeerplek vlak bij de Moldau, tegenover de Karelsbrug. Tot zover ging het nog prima. Praag uitkomen duurde aanzienlijk langer. Precies die dag werd in de stad de finale van de Conference League gespeeld tussen Fiorentina en West Ham United. De stad stond vol supporters, voetgangers, zebrapaden en verkeerslichten. Anderhalf uur later waren we eindelijk aan de andere kant.
Op naar Kutná Hora.
Daar werd de dag ineens een stuk minder leuk. Bij het afstappen gleed Nicolle van een stoeprand en viel achterover. Ze had al last van haar nek en de val maakte dat ineens veel erger. Haar hoofd naar rechts draaien ging nauwelijks meer.
Verder rijden had weinig zin. Pijnstiller erin, nek masseren en een slaapplek zoeken op slechts een paar minuten rijden. Zelfs de hobbels op dat korte stukje deden pijn.
Motorreizen kun je plannen, maar soms bepaalt de dag gewoon zelf hoe ver je komt.
Via Brno naar Bratislava
De volgende ochtend ging het gelukkig beter. Niet helemaal goed, want onderweg kwamen hoofdpijn en vermoeidheid terug, waardoor we regelmatig stopten. Uiteindelijk reden we ongeveer 140 kilometer en kwamen we terecht op een eenvoudige camping bij Brno.
We pasten het tempo gewoon aan.
De dagen daarna bleef de regen een terugkerende reisgenoot. Brno bekeken we grotendeels tussen de buien door. De motoren parkeerden we vlak bij de kathedraal, waarna we tijdens een nieuwe bui maar naar binnen vluchtten.
Lunchen bleek er gelukkig bijzonder betaalbaar. Voor omgerekend nog geen zes euro aten we ons vol, waarna we richting Slovakije reden.
Onze camping bij Bratislava zag er bij aankomst niet direct veelbelovend uit. Barakken, een politiekantoor bij de ingang en een terrein waarvan we ons even afvroegen waar we in vredesnaam terecht waren gekomen.
Maar zoals vaker tijdens deze reis bleek de eerste indruk niet alles te zeggen. Het sanitair was prima en even later ontdekten we dat we feitelijk aan een soort Slowaaks Bussloo stonden.
De volgende ochtend toerden we per motor door Bratislava: het kasteel, Michael’s Gate, het oude centrum en de UFO-brug. Parkeren met een motor blijft daarbij ideaal. Stoep breed genoeg? Dan vinden wij het al snel een prima plek.
Daarna ging het richting Hongarije.

Hoosbuien en Bokod Floating Village
Onderweg naar Bokod veranderde het landschap langzaam. Eerst vlakke wegen en landbouwgrond, daarna heuvelachtiger en meer bochten.
Bokod Floating Village bleek de omweg meer dan waard. Via onverharde paden vol kuilen en gaten kwamen we bij de huisjes op het water. We werden welkom geheten, kregen een rondleiding en iets te drinken aangeboden en konden vanaf een picknickbank rustig over het meer uitkijken.
Daarna reden we verder richting Gárdony. Tot de lucht ineens donker werd.
Binnen dertig seconden kwam het water met bakken naar beneden. Regenpakken aantrekken had geen zin meer; we waren al doorweekt.
In mijn broek verzamelde zich inmiddels genoeg water om een paar goudvissen te huisvesten. In mijn intercom hoorde ik Nicolle alleen nog maar gieren van het lachen. Toen het water bij een bocht via haar broekspijp naar buiten liep, was het helemaal klaar.
Soms kun je je ergeren aan regen. En soms is het gewoon ontzettend grappig.
Die avond sliepen we in een appartement, compleet met wasmachine. Een praktisch detail, want de volgende dag zouden onze wegen zich scheiden.
Ineens alleen
Na ongeveer 1500 kilometer samen rijden voelde dat afscheid gekker dan verwacht.
Nog één supermarkt. Nog één koffie. Nog één Hongaars gebakje. Nog één keer links en rechts achter elkaar aan. Daarna kwam het moment toch. Nicolle reed richting Servië. Ik richting het Balatonmeer.
Na de knuffels en de laatste woorden door de intercom werd de verbinding verbroken.
Het klinkt dramatischer dan het was; drie weken later zouden we elkaar gewoon weer thuis zien en via WhatsApp hielden we contact. Toch voelde het vreemd.
Niemand meer die door de intercom kletste. Niemand om samen de tent mee op te zetten. Geen overleg over de route. Geen plagerijen.
Maar er zat ook een andere kant aan.
Ik kon ineens stoppen waar ik wilde. Een foto maken zonder overleg. Mijn eigen tempo rijden en pas onderweg bepalen waar ik die avond zou slapen.
De soloreis was begonnen.

Peddelen onder de stad
Mijn eerste echte solodag bracht me naar Tapolca. Daar ligt midden in de stad een ondergronds grottenstelsel met een meer.
Zestien meter onder de grond stapte ik in een metalen bootje en peddelde door smalle gangen. Op sommige plekken moest ik bukken, elders paste het bootje maar net tussen de rotswanden. Een totaal andere ervaring dan alles wat ik tot dan toe op deze reis had gedaan.
Daarna ging het verder richting Pécs. Twijfelend of ik die dag nog twee uur extra wilde rijden, besloot ik uiteindelijk toch door te gaan. Niet elke keuze op een motorreis hoeft verstandig te zijn; soms heb je gewoon zin om nog wat kilometers te maken.
Rond zeven uur stond de tent. Solo opzetten bleek nauwelijks langer te duren dan samen. Alleen miste ik af en toe wel dat extra paar handen.

Kroatië: eten voor een heel gezin
Via het Mecsek-gebergte reed ik naar Pécs en vervolgens Kroatië in.
In Đakovo boekte ik voor €23 een pension. Bij aankomst was er niemand. Uiteindelijk kwam de eigenaresse op de fiets aanrijden met boodschappen, waarna mijn motor veilig achter een poort mocht staan.
’s Avonds vroeg ze of ik wilde mee-eten. Dat bleek geen kleine maaltijd.
Kippensoep vooraf. Daarna twee karbonades, worst, speklap, nog wat lokale vleesgerechten, aardappels, brood en salade. Een hoeveelheid waar ik normaal gesproken ongeveer een week mee zou kunnen doen. Er kwam schnaps voorbij, rode wijn en ondertussen werd er op de binnenplaats geklust. Het bleek dat de eigenaren ooit in Nederland hadden gewoond en gewerkt.
Juist dit soort momenten bleven hangen. Niet de geplande bezienswaardigheden, maar ergens aankomen zonder precies te weten wat je aantreft en vervolgens volledig opgenomen worden in het dagelijkse leven van mensen die je een uur eerder nog nooit had gezien.
Bosnië: regen, bergen en Sarajevo
Vanuit Kroatië ging het richting Bosnië.
Bij de grens ging de roaming uit en bij het eerste tankstation kocht ik voor een paar euro een lokale simkaart. De medewerker hielp met instellen en daarna kon ik weer online.
Niet veel later begon het te regenen. En eigenlijk hield het bijna niet meer op.
Tuzla, bergen, langzaam verkeer achter vrachtwagens en steeds meer water op en langs de weg. Rivieren stonden hoog, stukken asfalt waren verzakt en de grond was volledig verzadigd.
Toch was de route richting Sarajevo indrukwekkend. Zelfs onder donkere wolken waren de uitzichten fantastisch. Dat bleef belangrijk om mezelf af en toe te herinneren: ja, ik mopperde over regen en langzaam verkeer, maar dat betekende niet dat ik niet genoot.
Sarajevo zelf werd een bliksembezoek. Ik parkeerde de motor, liep langs de Latijnse Brug en bezocht Baščaršija. Daarna zocht ik een overnachting in Konjic.
Negen kilometer de stad uit kostte in de spits een half uur. Maar zodra Sarajevo achter me lag en de regen eindelijk stopte, kreeg ik daar een geweldige bergrit voor terug.
Mostar maakt indruk
De volgende dag hoorde ik van thuis dat er berichten rondgingen over overstromingen en aardverschuivingen in de regio. Zelf had ik gelukkig nergens echt problemen ondervonden, maar het maakte wel duidelijk hoeveel regen er gevallen was.
De weg naar Mostar was prachtig. Langs de rivier, tussen de bergen en met uitzichten waarvoor je vanzelf het gas een beetje dichtdraait. Mostar zelf maakte op een heel andere manier indruk.
Natuurlijk ging ik naar Stari Most. Maar onderweg zag ik overal de sporen van de oorlog. Beschadigde gebouwen tussen herbouwde huizen, begraafplaatsen met witte stenen en plekken waar de geschiedenis nog helemaal niet zo ver weg voelt.
Bij de brug zelf stonden toeristen schouder aan schouder en lagen de souvenirwinkels en terrassen vol.
Die combinatie voelde vreemd.
Ik merkte dat ik er niet goed raad mee wist. Misschien omdat ik me ineens realiseerde dat de oorlog in voormalig Joegoslavië nog helemaal niet zo lang geleden was. Voor mij was het geschiedenis, voor veel mensen daar is het onderdeel van hun eigen leven of dat van hun familie. Ik maakte minder foto’s dan gepland en vertrok weer.
Soms hoeft een reisplek niet alleen maar mooi te zijn om indruk te maken.
Krka en verdwalen dankzij ‘TimTom’
Split sloeg ik over. Ik had inmiddels wel genoeg steden gezien en besloot richting de watervallen van Krka te rijden. Een goede keuze.
Het park was prachtig, maar wandelen bij 28 graden in motorkleding was iets minder briljant bedacht. Twee kilometer, trappen, watermolens, watervallen en voortdurend zweten.
Gelukkig bracht een bus me daarna weer omhoog.
Op de parkeerplaats bleek ondertussen een heel reddingsproject gaande bij een wit busje. In de motorruimte zat een nest kittens. Vijf waren er al uit, de laatste werd uiteindelijk ook gevonden.
Daarna dacht mijn TomTom (inmiddels omgedoopt tot TimTom) dat het tijd was voor een nieuw avontuur. Hij stuurde me een piepklein dorp in en meldde doodleuk dat ik mijn bestemming had bereikt. Geen camping te zien…
Wel een groep mensen die vrijwel geen Engels of Duits sprak, maar onmiddellijk een stoel, een enorme beker water en hulp aanbood. Uiteindelijk kwam er iemand bij die het adres kon uitleggen. Ik had simpelweg de verkeerde route gekregen.
Het bijzondere was niet dat ik verkeerd reed, maar hoe vanzelfsprekend iedereen hielp.
Die avond stond mijn tent tussen olijfbomen op een kleine camping waar de eigenaresse zelfs mijn gewassen motorshirt aan haar eigen waslijn hing.
Slovenië, Oostenrijk en richting huis
Slovenië verraste me misschien nog wel het meest als motorland. Groen, veel bos, verzorgde dorpen en wegen die als een slingerend kralensnoer door het landschap liepen.
Via Ljubljana reed ik richting Oostenrijk.
Onderweg kreeg ik nog een herinnering waarom vooruitkijken op de motor zo belangrijk is. Een automobilist wilde vanuit een zijstraat oprijden en had mij duidelijk niet gezien. Omdat ik het gevaar al zag aankomen, was mijn snelheid er al uit voordat hij daadwerkelijk de weg op reed. Hij remde alsnog half op de rijbaan.
Geen probleem uiteindelijk, maar wel zo’n moment waarop je blij bent dat je nooit volledig vertrouwt op wat een ander gaat doen.
Oostenrijk betekende weer steilere afdalingen, haarspeldbochten en bergen. Bij de Wörthersee brak opnieuw onweer los. Tent opgezet, eten koken onder het afdak van het toiletgebouw en wachten tot het voorbij trok.
Na Bosnië vond ik anderhalf uur onweer inmiddels bijna meevallen.
De volgende dag ging het over de Turracher Höhe verder naar Salzburg. Het was er 35 graden. Bij McDonald’s stond ik mijn koelvest nat te maken terwijl mensen mij nogal vreemd aankeken. Laat maar kijken. Ik had tenminste airco.
Via Burghausen reed ik Duitsland in en zocht een camping richting München.
De reis liep duidelijk op zijn einde.

Nog één keer: 800 kilometer
De laatste ochtend regende het. Natuurlijk.
De tent moest nat worden ingepakt en na een broodje en koffie begon ik aan de langste etappe van de hele reis: ongeveer 800 kilometer naar huis.
Vanaf München ging het vooral over de snelweg.
Regen. Wind. Verkeer. Stoppen. Drinken. Iets eten. Weer rijden.
Niet bijzonder spectaculair, zou je denken. Maar zelfs op zo’n dag gebeurt er altijd iets.
Bij een stop kwam een man op een opvallende motorscooter naast me zitten en groette in het Nederlands. Hij werkte bij NS International, woonde in Keulen en was die ochtend met de trein naar München gegaan om de scooter te kopen.
Nu reed hij ermee terug naar huis. Even later gingen we ieder weer verder.
Bij Düsseldorf werd het langzaam beter. Minder regen, beter verkeer en eindelijk het gevoel dat ik echt richting huis ging. Na Arnhem werd het ineens fris. Geen zin meer om te stoppen voor een extra laag, dus ging de handvatverwarming aan.
Om half twaalf ’s avonds reed ik mijn garage binnen.
Motor uit. Stilte.
4230 kilometer in 19 dagen.
Duitsland, Tsjechië, Slovakije, Hongarije, Kroatië, Bosnië, Slovenië, Oostenrijk en weer terug naar Nederland. Regen, hitte, steile straatjes, haarspeldbochten, campings, pensions, verdwalen, vreemde valuta, kapotte wegen en eindeloos veel koffie.
Maar vooral heel veel ontmoetingen.
Mensen die een stoel en water aanboden toen ik verkeerd reed. Een pensionhoudster die een enorme maaltijd op tafel zette. Motorrijders met wie je bij een tankstation binnen een minuut in gesprek raakt. Een campinghoudster die je shirt aan haar eigen waslijn hangt.
En natuurlijk eerst 1500 kilometer samen met Nicolle, voordat ieder zijn eigen kant op ging.
Mijn motor?
Een 24 jaar oud stuk techniek.
Hij heeft het gewoon gedaan.
Alle 4230 kilometer.











Mooi verhaal, en dat allemaal maal op de oude vertrouwde ST1100 , geweldige motor , heb hem helaas plat gereden